Home
Onzichtbare moeder
Dagboek
20 weken zwanger
35 weken zwanger
41 weken zwanger
De bevalling
De begrafenis
Na Nienke
1 maand na Nienke
3 maanden na Nienke
1 jaar Nienke
Verder met Nienke
Info
Reageren

21 oktober
De zaterdag na de begrafenis zijn we gelijk naar het grafje gaan kijken en hebben we nog wat foto’s gemaakt nu het grafje echt gesloten is. De mensen die het dichtgemaakt hebben, hebben dat met heel veel zorg gedaan. De bloemen waren zo mooi neergelegd. Een echte bloemendoos!

Daar ligt onze dochter. Ongelofelijk. Soms voelt het alsof het een film was die we niet echt zelf hebben beleefd. Het ging ook allemaal zo snel.

Zondagmiddag dachten we te gaan bevallen van een gezond levend kind en vrijdagochtend hebben we haar al moeten begraven. Leven en dood liggen zo dicht bij elkaar. Geluk en verdriet. Blij en pijn.

De dagen die volgen zijn vol tegenovergestelde emoties. Heel raar. Soms zijn we blij dat we haar 5 dagen bij ons mochten hebben, dat ze zo mooi was, zo groot. Het andere moment worden we geconfronteerd met de leegte. Er ligt nu geen kind te huilen, ik heb geen tepelkloven, het badje is nog steeds droog, de dopjes zitten nog op de flesjes etc. Dan denk je weer aan hoe mooi en warm de begrafenis was, met zoveel mensen die allemaal meeleven. En al die kaarten! Wel 100! Ongelofelijk. Vervolgens denk je: verdomme, wat heb ik aan al dat medeleven, daar krijgen we ons Nienke niet mee terug.

Aan de ene kant zie ik mijn lichaam weer naar de oude vormen veranderen. Eindelijk die dikke buik weg! Daar kun je na 42 weken echt blij mee zijn. Aan de andere kant denk ik: ik had nog wel 20 weken met die buik willen lopen als ik je dan levend in mijn armen kon houden. Maar ook het idee dat toen je nog in mijn buik zat, dat je toen nog leefde, dat ik je toen nog voelde en zo dicht bij me had. Stom eigenlijk, maar een moeder kan haar kind na de geboorte nooit meer zo dicht bij zich voelen als tijdens de zwangerschap. Tijdens het opgroeien wordt de fysieke afstand tussen moeder en kind steeds groter. Van kinderopvang tot “mam, ik wil op mezelf gaan wonen”. Dat we zo dicht bij elkaar zijn geweest, hebben wij toch maar mooi meegemaakt. Welke moeder en dochter maken dat zo bewust mee als wij. Dat pakt niemand ons af!

In de eerste dagen na de begrafenis dacht ik heel vaak aan hoe het had moeten zijn. Jij aan mijn borst, jij in je maxicosi mee naar opa en oma, jij in de wagen, tussen Joost en mij in bed etc. Allemaal korte filmpjes die zich tijdens die 9 maanden in mijn hoofd hadden ontwikkeld. Ik kon die filmpjes nu niet zomaar stopzetten. Het ging maar door. Hevige huilbuien waren het gevolg. Toen ik dit aan Joost vertelde, zei hij dat hij dat ook wel had, maar dat ie zich kon confronteren met het feit dat het nou eenmaal niet zo was. Keihard, maar wel duidelijk. Waarom zou je gaan fantaseren over iets dat toch geen werkelijkheid kan worden? Je doet jezelf alleen maar pijn. Het zinnetje “maar het is niet zo” zeiden we deze dagen vaak hardop tegen elkaar.

We huilen veel. Gelukkig meestal omstebeurt. Soms ook samen. We praatten veel. Tijdens het eten, voor het slapen gaan en bij het wakker worden.

De ochtenden waren het ergst. Die stilte in huis. Het opstarten van weer een dag die er zo anders uit had moeten zien. We gaan vaak laat naar bed. Spelen om 24.00 uur nog rustig een potje Rummicup met een glas wijn op bed. Tot 10.00 uur kunnen we meestal wel doorslapen. Moe van alle emoties.

Ouders, zussen en vrienden bezoeken ons regelmatig deze weken. Elke dag is er wel iemand. De bezoekjes van de verloskundige nemen wat af. Maar we kunnen haar altijd bellen.

Elke dag gaan we even bij je langs. Dan steken we het kaarsje van het lantarentje aan en ik praat met je. Dat voelt goed. Je hebt een mooi plekje. Aan de rand van een groen grasveldje met hoge bomen. Er liggen 8 kindertjes. Naast je ligt Menno. In dezelfde dagen geboren en begraven. We hoorden later dat in onze week 4 kindjes doodgeboren zijn bij de verloskundigenpraktijk. In Maarssen ook nog eens 4. Volgens Helène is het weer raak. Dan gebeurt het ineens een aantal keren vlak achter elkaar en dan een tijd helemaal niets.

Gelukkig kunnen Joost en ik het in deze verdrietige tijd samen goed vinden. We laten elkaar vrij in wat we doen. Ik schrijf en lees graag. Joost maakt een vlieger van wel 4 meter breed voor jou. Je naam heeft hij er al opgestikt. Met jouw kleuren  (lila en paars) zoals van je geboortekaartje. Het wordt een hele krachtige vlieger die Joost met gemak de lucht in kan trekken.

We betrappen ons erop dat we heel vaak dezelfde gedachten hebben. Dat is fijn om te ontdekken. Het geeft het gevoel dat we de pijn echt samen kunnen verwerken. Soms huilen we ook wel eens een hele dag niet. De gedachte dat het dan beter met je gaat, wordt een dag later al weer weggevaagd. Soms hebben we ook gewoon lol. Wordt er hard gelachen. Een enkele keer geeft me dit een schuldgevoel. Maar het leven gaat ook gewoon door. Je kunt niet dagen thuis gaan zitten huilen. Dat wil niet zeggen dat je niet rouwt. De verwerking van het verdriet gaat ook gewoon door als je een wandeling maakt, een autorit maakt of gewoon naar TV kijkt.

Ik denk dat ik de eerste week, toen je nog thuis was, mijn lichamelijke pijn uitgeschakeld heb. Alle emoties lieten die pijn niet toe. De week daarna kreeg ik de effecten van de bevalling dubbel zo hard voor mijn kiezen. De verloskundige haalde toch nog wat hechtingen weg die eigenlijk opgelost hadden moeten worden. Dat zorgde er voor dat de wond minder trok. Het branderige gevoel met het gaan zitten en opstaan was verschrikkelijk. Alsof je een enorme zadelpijn hebt en na dat terrasje toch weer op de fiets moet! Tot overmaat van ramp bleek ik ook nog eens een blaasontsteking te hebben. Die lichamelijke dingen voel je waarschijnlijk anders als je een levend kind hebt. Dan ben je de eerste weken bedwelmd van geluk. Wij zijn nu bedwelmd van verdriet en dat gevoel in mijn kruis maakt dat alleen maar verdrietiger. De bevalling was mooi, had ik niet willen missen, maar dat gedoe met spoelen, vloeien en fysio had niet gehoeven… Helaas is het niet anders…

Op andere littekens ben ik juist trots. De straille op mijn heupen, de streep onder mijn navel zullen me altijd aan jou blijven herinneren. Daar heb jij aan gehangen! Alleen die hangborsten vind ik minder… waarschijnlijk omdat ze geen functie hebben gehad. Ondanks de medicijnen die de melkproductie moeten stoppen, komt er soms toch een druppeltje uit. Dat is normaal volgens de verloskundige. Ik was verbaasd hoe wit die melk is. Zo mooi wit. Ik heb gelijk Joost geroepen om te komen kijken. Alsof ik wou laten zien: kijk deze twee doen ook hun werk goed! Mijn lichaam is gewoon perfect om kinderen te krijgen! Verdomme! 

24 oktober
Inmiddels al een tijdje geleden, zijn we naar de gynaecoloog geweest voor de uitslagen van de onderzoeken. Helène had ons al van tevoren duidelijk gemaakt dat de kans op een aanwijsbare reden voor het overlijden, erg klein was. Je was zo mooi volgroeid, had een goede kleur, mooie huid, veel huidsmeer etc. Als er iets met je lichaam niet in orde was, had dat zich aan de buitenkant geopenbaard.

Vooral Joost vindt het erg om weer in dat ziekenhuis te zijn en om de gynaecoloog, de vrouw die ons 1 oktober het slechte nieuws vertelde, weer te ontmoeten. Dit keer kwam ze veel aardiger over. Haar witte jas had ze niet aan. Ik had er minder moeite mee. Misschien omdat ik destijds door mijn emoties de omgeving en de mensen daar in minder goed heb opgenomen.

Er waren al een aantal uitslagen van onderzoeken binnen. Jij had inderdaad geen afwijkingen. Je was helmaal gezond. Je had wat merconie (poep) in je longen. Maar dat is logisch. Als baby’s schrikken gaan ze vaak poepen. Hoogstwaarschijnlijk ben jij geschrokken op het moment van overlijden en is het daarna in je longetjes terechtgekomen. Als je vóór je overlijden ergens van was geschrokken had je ook gepoept. Dat zou een reden van overlijden kunnen zijn. Maar dan had ik iets moeten voelen van jouw schrik. Maar ik heb niets gevoeld en jij schrikt daar niet zo maar. Dan moet er echt een stomp, een val of iets anders heftigs gebeuren. Dat is niet gebeurd. De onderzoeken van mijn lichaam zijn nog niet allemaal binnen. Er was 1 bacterie die nog eens extra op kweek gezet is, voor de zekerheid… Over 4 weken horen we meer.

Nu bevestigd is dat jij niets mankeerde zijn we aan de ene kant heel blij: Je was een gezonde meid, wij hebben samen een gezond kind kunnen maken. Een tweede kind zou dus moeten kunnen… Aan de andere kant zijn we de dag na het gesprek weer ontzettend boos. Een gevoel van woede waar je geen kant mee op kan. Waarom ben je overleden als je helemaal gezond was? Dat maakt het des te oneerlijker en moeilijker te begrijpen, laat staan accepteren. Veel gehuild, gelukkig samen.

25 oktober
Een gevoel van leegte en woede wisselen elkaar deze dagen/weken af. Een lege box, een altijd opgeruimd kamertje, de stilte. Maar ook een leegte in mezelf. Je zit niet meer in mijn buik, maar je bent ook niet hier. Ik wil je voelen, je vasthouden. Maar dat kan niet. Die leegte kunnen we ook niet opvullen met iets of iemand anders. Alleen de herinneringen aan onze 9 maanden en 5 dagen hebben we nog. Daarom zijn we ook zo blij met de foto’s. Deze geven een goed beeld van hoe het was. Maar ook dit dagboek zal ons de komende maanden/jaren tot steun zijn. Heel raar, maar in de eerste uren nadat we hoorden dat je dood was dacht ik gelijk: “Dat dagboek is het eerste dat ik weggooi”. Waarschijnlijk omdat ik bang was dat het me teveel zou herinneren aan het geluk dat nu zo abrupt beëindigd werd. Gelukkig kwam ik al heel snel tot het besef dat het dagboek juist nu zo kostbaar is. Misschien wel het kostbaarste bezit in mijn leven. Anders was jij dat geweest. Alhoewel bezit…. 

Zo had ik wel meer gedachten die ik al heel snel 180° anders zag. Bijvoorbeeld: “Als we thuis zijn boeken we gelijk een vakantie naar het warme Griekenland!” Ik wilde vluchten van de pijn. Al snel veranderde dat in “Ik wil naar mijn thuis, naar een veilige plek om lekker te kunnen janken, alleen en met familie en vrienden dicht bij me. In eerste instantie moest de box en de kinderwagen onmiddellijk de deur uit! Nu, 3 weken later, hebben we alleen de kinderwagen nog maar naar zolder gebracht. De rest komt wel.

We laten de deur van je kamertje gewoon lekker openstaan. Alsof je kamer moet kunnen blijven ademen. We willen alle twee niet dat het ‘het verdomkamertje’ wordt. Daardoor worden we wel elke dag met een leeg bedje geconfronteerd, maar de ene dag doet ons dat meer verdriet dan de andere dag. Nou ja, dan janken we maar weer eens lekker.

Vaak ben ik ontzettend boos. Dat dit óns moet overkomen. Ik ben toch hartstikke gezond? Joost ook, Jij ook. Tijdens de zwangerschap heb ik echt geen gekke dingen gedaan. Niet gerookt, niet te veel gedronken, op tijd gerust, bewust met mijn lijf omgegaan. Joost heeft me daar ook zo goed bij geholpen. Ik veegde de vloer aan, maar mocht de rotzooi van hem laten liggen omdat ik niet mocht bukken. Als hij van zijn werk kwam, ruimde hij het op. Nee, een schuldgevoel heb ik niet.

Er zijn stellen die gewoon een kind ‘nemen’. Wij zijn 9 maanden zo bewust bezig geweest van het wonderlijke. Vanaf het begin hebben we je op de voet gevolgd en van je gehouden. Joost is nu ook zo blij dat hij regelmatig met de ‘Prenatal-toeter’ naar je hartje luisterde. Er zijn een hoop vaders die dat niet doen en die krijgen toch prachtige levende kinderen. Dat is gewoon niet eerlijk! Zó gewild als jij was. Dat had ons het recht moeten geven je bij ons te houden.

De woede om het waarom is onmeetbaar. Waarom mocht ons meiske niet leven? Wij geloven niet in een god of in een bijzondere kracht. Dus daar kunnen we niets onder schuiven. We moeten het ondragelijke zèlf dragen. Niemand, geen god, heeft dit zo gewild. Ze is nu niet bij een god of in een hemel. Ze is verdomme niet meer bij ons, dat is de waarheid waar we mee moeten leven. 

26 oktober
Anderen zullen het onwaarschijnlijk vinden dat het ‘waarom’ niet met een medische reden is te verklaren. In onze maatschappij is immers alles wetenschappelijk te verklaren. Niets gebeurt ‘zomaar’. Toch is het zo. De beste omschrijving tot nu toe is ‘de wiegendood in de buik’. Joost en ik denken hier best mee te kunnen leven. Anderen zoeken het maar uit. Als ze maar geen redenen gaan verzinnen omdat ze het anders niet kunnen accepteren. De vraag “Waarom zijn jullie niet eerder ingeleid?” Zullen we nog vaak moeten horen.
Logisch dat mensen die vraag stellen. Dan had Nienke immers gewoon geleefd. We weten dat er bij de laatste controle op de vrijdag voordat Nienke overleden is geen symptomen waren om ongerust te zijn. Er was een hele duidelijke harttoon en volgens Ans had ik nog een volle buik met vruchtwater. Toch was ik al wel 41½ week. Bij onze verloskundigenpraktijk is het standaard met 42 weken een hartfilmpje en een urinetest te doen voor de controle van de placenta en het vruchtwater. De afspraak is toen gemaakt om die maandag deze standaard controles te doen. Dus die dinsdag of woensdag zouden we dan ingeleid worden. Ons kennende hadden we als maandag de controles goed waren uitgevallen, ook de natuur laten bepalen wanneer ze geboren moest worden. Daar vertouw je op.

Stel dat we al vrijdag met Ans die controles hadden gedaan. Dan hadden we niets geconstateerd. Immers, de placenta was goed, toen was er een duidelijke harttoon en een buik vol vruchtwater. Als dan toch was gebleken dat de bevalling ingeleid moest worden, was het nog maar de vraag of we er wel in slaagden de bevalling vóór het moment van overlijden op te wekken. Hoogstwaarschijnlijk was dat zaterdagnacht. Sommige bevallingen komen na de inleiding pas na dágen op gang. Dus daar hebben we ook niets aan.

Dus het achterafgepraat met ‘als dit’ of ‘als dat’ had deze ellende niet kunnen voorkomen. Daar hebben we niets aan. Het maakt mij alleen maar boos en verdrietig. Het verschil tussen leven en dood voor Nienke zat dus in een paar dagen, misschien wel uren. We hadden er geen grip op. Zij al helemaal niet, zo jong als ze was. Pure pech. Nienke had pure pech. Daarom noemen we het ‘wiegendood in de buik’, dat heeft tenminste nog iets liefs, iets zachts.

Ik word wel eens bang als ik er over nadenk wat dat meiske in mijn buik heeft meegemaakt. Was ze bang? Voelde ze iets aankomen? Had ze pijn? Ik heb er niets van gevoeld. Echt niet. Hopelijk zij ook niet. Volgens Helène is het een hele zachte dood geweest. In zo’n warme plas vruchtwater, zo dicht bij haar moeder in de beschermde buik waar ze zich vertrouwd moet hebben gevoeld. Dat was immers 9 maanden haar plekje. Hoogstwaarschijnlijk is ze in haar slaap overleden. Baby’s slapen tenslotte erg veel, wat kun je anders in zo’n buik? Ik hoop dat ze er zich veilig en fijn heeft gevoeld. Ze moet mijn stem hebben gekend, het Indiaanse slaapliedje dat ik zo vaak onder de douche zong (wat Joost afschuwelijk vond!), mijn elektrische tandenborstel, de stem van Joost, misschien wel de tune van het journaal. Hopelijk voelde ze zich bij me thuis en heeft ze gevoeld dat we zoveel van haar houden. Dat kan haast niet anders, dat houd ik maar in gedachten.

27 oktober
Ik heb laatst een nacht wakker gelegen. De gedachten aan Nienke kon ik niet loslaten. Vooral de vervelende en enge dingen kon ik niet uit mijn hoofd zetten. Hoe hard ik ook aan de nieuwe keuken en andere verbouwingen in huis dacht. Haar laatste seconden in mijn buik, beelden van hoe ze nu in haar grafje ligt en hoe ze er nu uit zal zien schoten door mijn hoofd. Gelukkig durfde ik dit gisterenavond aan Joost te vertellen. Hij is er van overtuigd dat ze tijdens een van haar vele slaapjes is overleden. Ze moet zich ook wel veilig hebben gevoeld omdat ik zo vaak mijn buik streelde, liedjes zong en ook Joost met haar sprak. Joost kan de gedachte aan hoe ze er nu uit zal zien wél uitschakelen. Ze gaat nu heel langzaam en zachtjes, zonder pijn, terug naar de 2 celletjes van waaruit ze begonnen is. Wij hoeven helemaal niet te zien hoe het proces van ontbinding er uit ziet. Daar hoeven wij niet over na te denken.  We hebben de herinnering aan haar prachtige bloemendoos en aan de 5 dagen dat ze bij ons was. Van haar lichaam hoef ik alleen maar te denken aan haar mooie lieve gezichtje en haar zachte handjes. Dat ga ik proberen.

We hebben het ook nog gehad over of ik haar toch had willen laten cremeren. Dit heeft niet zo’n langdurig ontbindingsproces, waardoor het minder eng lijkt. Maar dat levert ook hele vervelende beelden op van ‘We steken de hens er in’, brandwonden etc. Nee, het is goed dat Nienke begraven is. Het voelt goed.

Joost is nog niet aan het werk. Gelukkig heeft zijn werkgever de Arbo-dienst verzocht niet meer te bellen of ons te bezoeken. Je kunt je zo opgejaagd voelen door dat soort instanties. Ook mensen in onze omgeving vragen vaak of hij al aan het werk is. Ik voel me daar best rot bij. Ik heb gewoon mijn zwangerschapsverlof die echt oneindig lijkt. In principe hoef ik er nog niet over na te denken. Dat geeft me rust in mijn hoofd. Voor Joost geldt dat niet. Sommigen denken dat werken goed voor je is. Dat afleiding geen kwaad kan. Je zult er toch een keer aan moeten, het blijft moeilijk etc. Allemaal best waar, maar je moet je voorstellen dat je je de eerste week niet eens kan concentreren op het journaal. Je kijkt wel, maar je neemt niets in je op. De tweede week lukt het om de koppen in de krant te lezen. Dan schrik je ineens als je plots heel intens naar een item zit te kijken. “Goh, nou heb ik gewoon 5 minuten niet aan haar gedacht”. Na een paar weken kun je TV kijken of de krant lezen, maar ook ineens een half uur voor je uit zitten staren. Heel raar. Alles gaat veel langzamer dan normaal. Hoe kun je dan werken? Dat kun je niet forceren en dat moet je niet doen. Laat ons eens lekker ‘ziek’ zijn. Wij zijn mensen die niet te kinderachtig zijn om met een forse verkoudheid of pijn in je kop naar het werk te gaan. Nu effe niet. Wie zegt ons wanneer het minder wordt of wanneer we zo ver zijn? Niemand. Want voor iedereen is het weer anders. We zullen het van zelf wel voelen wanneer we zo ver zijn. Vooral ik heb geen zin om iets te forceren. Liever een week langer thuis om nog wat aan te rommelen, dan helemaal gestresst op het werk. Rot voor Joost dat hij geen zwangerschapsverlof heeft.

Soms ben ik wel eens heel onzeker over de manier waarop we ons verdriet verwerken. Dan ben ik bang dat we belangrijke stappen in het rouwproces overslaan. Bang dat ik later een psychologische klap terugkrijg. Ik zou niet willen dat een tweede zwangerschap of zelfs een tweede kind onder het verdriet zou lijden. Helène wees mij er op dat ik het verwerken niet als een project moet zien. Ik realiseer mij heel goed dat dit niet iets is dat je over 5 maanden kunt afsluiten of zo. Het klopt wel dat ik heel bewust bezig ben met verwerken. Misschien iets te geforceerd, te gespannen. Zo zit ik een beetje in elkaar. Ik wil dit gewoon goed doen voor mezelf, voor Nienke en de mensen om me heen. Misschien ook omdat ik weer snel op de been wil zijn. Deelnemen aan gewone processen, zwanger worden… Maar onze tijd komt. Dat komt allemaal van zelf. Ooit voelen we dat we zover zijn.

Heel raar. Die kinderwens blijft en is alleen maar groter geworden. We hebben een mens van ons eigen vlees en bloed in onze armen gehad. Dat voelt zo goed, zo vertrouwd. Het verdriet om het verlies van Nienke staat los van die kinderwens. Nienke is niet te vervangen. Een tweede kind is een heel ander kind, zoals ik anders ben dan mijn zus. Die leegte kan een tweede kindje niet opvullen. Wel een deel van de fysieke leegte. Dat er iemand in het ledikantje ligt en de slabbetjes die ik heb gekocht kan gebruiken. Maar de wens Nienke nog eens in mijn armen te houden blijft daarnaast altijd bestaan, ook al weet ik dat dit nooit zal kunnen. Ze zal altijd mijn eerste kind zijn. Ik zal een eventueel broertje of zusje altijd aan hun grote zus herinneren. Dan kunnen we fantaseren over hoe onze Nienke zou zijn geweest.

Gelukkig de avond voor de begrafenis nog een haarlokje afgeknipt. Haar nageltjes en haartjes groeiden gewoon door. Die leefden nog! Het lokje hebben we vandaag in het fotoalbum geplakt. Alle herinneringen die we hebben, hebben nu een eigen plaatsje, waar het hoort. Behalve het mooiste originele handafdrukje. Daar moeten we nog een mooi lijstje voor kopen. Dat wil ik dan in de gang hebben hangen. Zodat we kunnen zwaaien als we weggaan. Die haartjes voelen, maakt me verdrietig. Dat is vàn haar. Echt van haar zèlf. Wat fijn dat we dat van haar hebben!

29 oktober
Vrijdag jl. zijn we met zijn tweetjes naar de film geweest. Eerst ergens een hapje gegeten. Best raar om zo weer tussen de gezelligheid te zitten. Er zaten veel jonge studenten te eten. We voelden ons hartstikke oud! De onschuldigheid en onbezonnenheid waarmee 2 meiden zaten te kletsen. Dat is de leeftijd dat ik nog geen kinderen wilde, maar wel eens nadacht over hoe zo’n bevalling wel niet moet zijn. Verschrikkelijk leek me dat. Nu ben ik 29 jaar en heb dat grootse meegemaakt. Die ervaring heb ik ja, maar het kind, waar het om gaat, heb ik niet. Die jongelui moesten eens weten wat wij deze weken meemaken. Dit is meer een soort zelfmedelijden wat me wel vaker bekruipt, als ik denk aan hoe anderen ons zouden zien. Nee, het is maar goed dat die studenten zich alleen maar druk hoeven te maken over het eerst volgende tentamen. Je zal er trouwens nog van staan te kijken, wat mensen om je heen in het leven meemaken. Misschien hebben ze wel net een zus of een ouder verloren. Dat soort littekens zie je niet aan de buitenkant. Wie weet. Het was een gezellige avond.

Zaterdag naar Sabien en Nop geweest in Arnhem. Door de telefoon klonk Sabien best bezorgd. Misschien omdat ze nu 3 maanden zwanger is. Dat maakt het voor haar wat ingewikkelder. Wij/ik heb daar niet echt moeite mee. Ze is zo’n goede vriendin. Ik gun haar dat wonderlijke mooie geluk. Goede vrienden en familie zijn erg benieuwd hoe we met ons verdriet omgaan. Ook wel bezorgd. Ze zijn toch bang dat we er niet mee om zouden kunnen gaan. Het is dan een hele geruststelling, ook voor hen, dat we er over kunnen praten, huilen en zelfs lachen. Sabien zei zo mooi: “Volwassen voel ik me nog niet echt. Dat voel je misschien pas als je ouders overlijden. Dan moet je echt alles zelf doen. Maar wat als je kind overlijdt? Dan moet je je ineens wel véél ouder voelen”. Zo voelt het ook wel een beetje. Zo van: dit is zo erg, deze pijn, dit verlies. Als we hier mee overweg kunnen, kunnen we àlles aan in het leven. We hebben lekker samen gejankt en gelachen. Wat zijn het toch heerlijke vrienden!

30 oktober
Zondagavond tot 3.00 uur gekletst en gehuild. Ik moest denken aan een telefoongesprek met Papa waarin ik vroeg of Anke om Paps gekke gezichten moest lachen. In feite stel ik mijn vader die vraag om me een beetje groot te houden. Later als ik dan in bed lig vraag ik me af of hij er ook wel aan denkt dat ie dat ook met Nienke had kunnen doen. Ik ben soms bang dat mensen Nienke al gaan vergeten.

Net als laatst op de verjaardag van mijn zus. We hadden het over Nienke. Maar toen Anke uit bed kwam waren alle ogen op haar gericht. Natuurlijk is het veel leuker om over een schattig levend kindje te praten dan over een dood kindje. “Kijk, ze krijgt al tandjes.” “Kijk, ze probeert te kruipen.” Over een dood kindje kun je nou eenmaal niet zo lang praten en het is voor de aanwezigen erg moeilijk als de gespreksstof even op is. Dan gaan we over op een ander onderwerp. Op zich is dat ook logisch. Dat moment zelf ben ik niet verdrietig. Immers, we hebben het ook even over onze dochter gehad. Maar als we in de auto zitten, zonder Nienke achterin, of later in bed, dan komt dat gevoel van oneerlijkheid en gemis weer. In de komende weken zal de naam Nienke nog wel vaak vallen op feestjes e.d. Ik heb nog wel eens de neiging op elk gezellig avondje met vrienden de naam `Nienke´ te móeten horen vallen. Al is het maar terloops. Die wil ik nou eenmaal horen. Uit andermans mond klinkt dat ook zo mooi! Maar er komt een tijd dat er alleen over levende kindjes wordt gepraat. Dat realiseer ik mij maar al te goed. Daar zal ik tegen die tijd toch echt mee om moeten kunnen gaan. Hopelijk is Joost dan bij mij, zodat we in de auto even over ons Nienke kunnen fantaseren.

Vandaag zijn we naar twee grafstenenzaken geweest om wat ideetjes op te doen. Wat is dat duur! De begrafenis kostte al f 4.000,-. De pilaar die we in gedachten hadden kwam ook nog eens op zoiets. Geboren worden, trouwen en doodgaan is echt gewoon business! We vinden vast wel een afgeleide van ons idee voor een betaalbare prijs. Het zal in ieder geval iets worden met een vlieger-wind-molentje.
Top
Het dagboek van een onzichtbare moeder. Verder na het verlies van je kindje.