De bevalling
Dinsdag 10 oktober
Het heeft even geduurd voordat ik de rust kon vinden om weer te schrijven. Wat er sinds vorige week zondag allemaal is gebeurd, is ongelofelijk.
Vrijdagochtend heb ik 2 lichte weeën gehad. Zaterdag is Joost niet gaan werken. Het werd toch een heerlijke dag, zonder harde buiken weeën e.d. Gewandeld in het park, naar het stadje geweest, verjaardagscadeautje (een wijnrek) voor mezelf namens pap en mam gekocht. 5 oktober wordt ik namelijk 29 jaar. ’s Avonds lekkere mosselen klaargemaakt en in een cafeetje in Vreeswijk een kop thee gedronken.
Zondagochtend 1 oktober heel relaxed opgestaan. Rond 14.30 uur werd ik wat misselijk. Ben rustig naar boven gegaan. Heb op bed yoga-oefeningen gedaan. De weeën kwamen vrij regelmatig vanaf het begin af aan. Netjes hebben we alle tijden van de weeën opgeschreven. Tussen de weeën door probeerde ik in mijn boek te lezen. Op een gegeven moment kwam ik tussen de weeën niet verder dan 5 regels en wist ik totaal niet wat ik gelezen had! We voelden ons zo gelukkig, deze uurtjes. Het ging gebeuren. We zouden snel papa en mama zijn! We hadden er zelfs lol in. Joost masseerde mijn rug.
± 16.00 uur de verloskundige gebeld. Loes zou snel komen. Ze had net ergens anders een kindje op de wereld gezet. Eerst checkte ze mijn ontsluiting: ± 1,5 cm. Nog niet veel dus! Toen naar het hartje luisteren. Ze had zo’n apparaatje bij zich die ze ook bij de controles gebruiken. Ze moest lang zoeken naar de harttoon. Joost vond dat al raar. Bij controles vonden we het hartje zonder problemen. Loes probeerde het met de Prenetal-toeter die we op ons nachtkastje hadden staan. Niets. Mijn gedachten gingen van ‘het apparaat is kapot’ naar ‘haar oren zijn niet goed’. Ze vroeg of we een noodtas klaar hadden staan, we moesten naar het ziekenhuis voor een hartfilmpje.
Loes voorop, wij erachteraan. Onderweg naar het Ouderrijn in Utrecht bleef ik mijn weeën netjes opvangen, die om de 5 minuten bleven komen. We waren best rustig in de auto, we zeiden niet veel tegen elkaar. Tussen de weeën door dacht ik aan vrienden van ons. Voor de bevalling van hun zoon waren de harttonen ook even verdwenen of onregelmatig. Toen ze in het ziekenhuis waren, konden ze het hartje weer waarnemen.
In het ziekenhuis maakte ze een soort echo. Ik kon niet op het scherm meekijken, Joost wel. De gynaecoloog zei tegen Loes: “Dit is toch echt het hartje” Ik zag wel dat Loes erg geraakt was. Joost begreep het toen al. Ik was druk met mijn weeën.
Toen werd het ons direct gezegd: “Het hartje van jullie kindje klopt niet meer, het is overleden”. Joost barstte in tranen uit. Ik snapte er niets van en troostte Joost. Wàt zeg je? Dit overkomt mij niet, dit is niet echt. Verpleegsters, Loes, de gynaecoloog liepen druk heen en weer, gingen weg en kwamen weer terug. Achteraf hoorde ik dat ik toen hele grote ogen opzette en in een soort ‘waas’ belandde.
Even waren ze bang dat ik erin zou blijven. Al snel vroeg ik de gynaecoloog of we nog eens konden kijken en dan wilde ik het zèlf zien op het scherm. Ik had zoiets van “Ze heeft vast naar het maagje zitten kijken” en “Misschien gaat het zo wel weer kloppen.” Maar ik kon het met eigen ogen zien: de hartklepjes lagen horizontaal stil. Twee mooie witte dunne streepjes. Er bewoog niets, het was stil. Alleen het gehuil van Joost. Hij hield me continu vast en ik hem. Ik kon niet huilen, voelde niets, was verlamd, stomgeslagen.
De weeën gingen gewoon door. Ik wilde op een goede manier ademen, zoals ik op de yoga had geleerd. Daar was ik zo op geconcentreerd, dát wilde ik goed doen. Joost masseerde mijn rug. Op de radio hoorde ik het nummer “This is my life…”
Helène, één van de verloskundigen van onze praktijk, had die nacht ook dienst in Ouderrijn. Zij zou de bevalling doen. Loes ging weg. Helène adviseerde een ruggenprik: een verdoving van de onderkant die de weeën afvlakte zodat we het slechte bericht rustig, zonder pijn, op ons in konden laten werken. Doen, snel. Dan konden we alles eens rustig met elkaar bespreken. We werden naar een grotere verloskamer gebracht. Zo’n man in een groene jas met bijpassend groen mutsje (anesthesist) zei bij elke handeling heel langzaam wat ie ging doen en wat ik er van zou voelen. Ik dacht: “Man, schiet op, ik heb een dood kind in mijn buik. Dat is veel erger dan zo’n prikje!” En de weeën gingen ook maar door… Natuurlijk doet die man gewoon z’n werk zo goed mogelijk. Ik liet alles maar over me heen komen. De verdoving werkte snel. Ik voelde helemaal niets meer van de weeën. Allerlei slangen (katheter, infuus met vocht, hartslagmeter) werden op mijn lijf aangesloten. Ik had nog nooit in een ziekenhuis gelegen. Dat het verlies van ons eerste kindje de eerste keer zou zijn, had ik nooit gedacht.
We hebben fijn gepraat. Huilen ging bij mij nog steeds niet echt. We moesten nadenken over dingen waar je niet over na wilt denken of kunt denken. Of we ons dode kindje wilden zien, vasthouden en misschien mee naar huis nemen. In eerste instantie dacht ik dat het te eng zou zijn om het vast te houden. Wie weet is het helemaal zwart of blauw? Maar al snel sloeg dit om in een intens verlangen om te zien hoe hij of zij er uit ziet, hoe het voelt, welke teentjes en vingertjes het heeft.
Veel gepraat met Helène over het waarom. Vrijdag bij de controle deed het hartje het nog. Zaterdagavond in het cafeetje in Vreeswijk heb ik nog iets gevoeld. Over dit laatste ging ik in deze uren erg twijfelen. Was het nou wel of niet de baby? Maar omdat ik het zo spontaan, zo echt uit mezelf zonder hard na te denken zei, kan het volgens Helène niet anders dan dat het zo is. Die twijfel steekt nog wel eens de kop op. Maar dan denk ik aan wat Helène toen zei.
De hele zwangerschap is zonder complicaties verlopen. Niet eens een hoge bloeddruk… Helène begrijpt er ook niets van en is ook geëmotioneerd. We hopen dat bij de geboorte blijkt dat er een knoop in de navelstreng zit of zo. Dan hebben we tenmisnste een reden die dit alles in één keer verklaart. Dan is het pure pech…
De ouders en zussen hebben we gebeld. Goed geschrokken natuurlijk. Vol ongeloof en met veel vragen zijn ze naar Utrecht gereden…Behalve Ilsie, die zat met de kleine Ruben en Lucas. Het was heel moeilijk om te bellen en uit te leggen wat er aan de hand was. Niemand verwacht zo’n telefoontje. Je hoort je zelf zeggen dat je kindje dood is, maar je zegt het niet echt zelf, heel raar. De film wil maar niet stoppen.
Mama en Mirjam nemen afscheid van mijn buik. Dat was mooi. Pap is stilgeslagen en zegt een paar keer tegen me: “meisje, je hebt het goed gedaan”. Alsof ie me wil beschermen voor een schuldgevoel. Wil en Jan hebben het ook zwaar. Dit is hun tweede kleinkind dat ze verliezen. En nu dit. Alles ging toch goed? 9 maanden lang? Waarom met 41,5 week dit? Helène noemt het ‘wiegendood in de buik’. Dat geeft het onverklaarbare weer en is toch een mooi naampje voor iets verschrikkelijks.
De familie ging naar huis, want het kon nog uren duren voordat de bevalling achter de rug was. Ik voelde de weeën weer opkomen, de verdoving raakte uitgewerkt. De verpleegster Josefien verhoogde de dosis. Dit hielp weinig. Het "groene mutsje" werd opgeroepen. Het duurde lang voordat de "groene muts" er was. Zo’n 50 minuten hebben we behoorlijk zware weeën opgevangen. Nu voelde ze pijnlijker in mijn rug. Ook voor Joost werd het lichamelijk erg zwaar. Echt goede stoelen hadden ze niet en samen op bed paste ook niet. Maar hij bleef bij elke wee mijn rug masseren. Hij zei zo vaak dat ie van me hield en dat ik het heel goed deed.
Toen "de groene muts" de dosis verhoogde ontdekte hij dat de stekker van het doseringsapparaat er niet in zat! Lekker is dat! Volgens hem deed het apparaat gewoon z’n werk via de accu. Was wel even raar. Zo van “of je stopt de stekker er in!”. Suf hoor. Even gelachen. De weeën voelde ik weer even niet. Ik had nu 8 cm. ontsluiting. We hebben klassieke muziek opgezet.
In de verloskamer naast ons hoorde we een baby huilen. “Die is gelukkig gezond”, zeiden we tegen elkaar. We stoorden ons niet aan dit geluid. Zo zou het moeten klinken. Bij ons zal het straks stil blijven… En toch heb je stilletjes nog het idee van “Misschien hapt ze straks ineens naar adem en zat iedereen er naast. Heeft ze iedereen lekker voor de gek gehouden…”. Tegelijk weet je je dat dit een onmogelijke fantasie is.
De weeën kwamen weer opzetten. Of beter gezegd: ik voelde ze weer. Langzaam mocht ik meer druk gaan zetten. Ik voelde hoe het hoofdje zich een weg zocht en de boel daar flink oprekte en opzij duwde. Ik kreeg poepdrang. Ik mocht gaan persen. We wisten even niet meer hoe dat volgens de yogalessen moest. Met de kin op de borst de druk in de onderbuik vasthouden. Helène brak de vliezen, weinig vruchtwater. Bij elke wee kon ik 3x persen. Achteraf wist ik niet, dat dit zo ging. Ik dacht per wee 1x persen! De aanmoediging van Joost, Rosemarie (vervangende verpleegster) en Helène had ik echt nodig. Het komop, komop, komop tijdens het persen zorgde er voor dat ik de druk kon vasthouden en net even langer kon volhouden dan ik zelf dacht. Toen zij die aanmoediging wat vergaten zei ik: “Jullie moeten wel komop, komop zeggen!”
Toen het hoofdje echt stond, zelf had ik het idee dat dit al veel eerder was, liet ik een enorme schreeuw. Een hevige pijn, daarna een branderig gevoel. Ik dacht dat de rest van het lijfje er nu vanzelf uit zou floepen. Maar dat duurde naar mijn gevoel nog wel 3 kwartier! In werkelijkheid ± 5 minuten. Joost had vooraf het idee dat ie de geboorte zelf niet wilde of kon zien. Toch heeft ie af en toe gekeken, maar bleef vooral bij mijn hoofd.
We hebben een dochter! Nienke van Opstal. Ze is prachtig! Alles er op en er aan. Omdat ze flink had gepoept in het vruchtwater had ze een gelige gloed over haar lichaampje. Haar oogjes waren dicht. Ze was heerlijk warm. Ze had nog veel huidsmeer. Veel haartjes, donker. Lange nageltjes en zachte lipjes. Een plat neusje. Wat wil je na zo’n bevalling! Armpjes en beentjes. 10 vingertjes, 10 teentjes. Alles zat er aan! 54 cm lang en 3680 gram zwaar. Echt een mooie griet! Volgens Joost heeft ze mijn tenen...
We knuffelen haar wel een uur en bekijken haar nog eens en nog eens. De tijd stond stil. We zijn gewoon echt papa en mama, dat voelen we ons ook. Een gevoel van trots en geluk overheerst. We zijn met z’n drietjes! Verdriet of woede voelde ik niet.
Ze gaat in bad, wordt gewogen en krijgt het Jip en Janneke rompertje aan. Het pakje dat ze aan krijgt heb ik zelf gekocht. De sokken heb ik met mijn zus gekocht. Wat ben ik blij dat ik dit allemaal in de tas klaar had liggen! Joost houdt haar vast. Wat ziet dat er mooi uit. Onze dochter Nienke met papa Joost.
Buisjes bloed worden bij me afgenomen voor onderzoek. Van Nienke wordt een stukje huid achter haar oor en andere dingen afgenomen. Helène laat me de placenta zien. ± 1/3 is verouderd, de rest ziet er gezond uit. In de navelstreng zit geen knoop. Een klein stukje is niet doorbloed. Maar dat zegt niets, volgens Helène. Ook de placenta en de navelstreng worden door specialisten onderzocht op een oorzaak. Nienke ziet er heel gezond uit. Meestal uit een afwijking van een niertje, longen of hartje zich aan de buitenkant. De kans dat er een reden van overlijden wordt gevonden, is volgens Helène heel klein.
Ik had sterk het gevoel dat ik de bevalling netjes en goed moest doen. Dat was iets dat ik voor Nienke wilde doen. Maar ook voor mezelf. Dat ik kan zeggen dat ik haar waardig op de wereld heb gezet. Dat verdient ze. Ze heeft het 9 maanden goed gedaan, dan moeten we het ook netjes afmaken. Volgens de verloskundige was het een prachtige, gewone, rustige bevalling. Joost, maar ook ikzelf, ben erg trots op de beheerste manier. We waren een team! We hebben samen een dochter op de wereld gezet!
We krijgen een ander kamertje waar we kunnen bijkomen. We hebben inmiddels besloten dat we Nienke graag mee naar huis nemen. Dan kunnen we nog een paar dagen bij haar zijn voor de begrafenis of crematie. In haar mooie kamertje, in haar eigen ledikantje. We hebben ook toestemming gegeven voor autopsie: inwendig onderzoek bij Nienke. Dit vind ik echt rot. Dat er nu al in haar gesneden moet worden… Maar het is wel verstandig.
Ook Joost krijgt een bed. Hij is gebroken. We hebben een paar uurtjes met z’n drietjes geslapen. Nienke lag heerlijk in mijn armen. De liefde die je voelt voor zo’n kleintje is zo enorm, zo overweldigend. Samen wakker worden met je kind in het midden, is prachtig. Ook al blijft zij in een diepe slaap.
Onze ouders en Mirjam zijn er ± 8.00 uur. Ze bewonderen allemaal onze prachtige dochter en houden haar even vast. Dan schiet ik pas echt vol. Het verdriet, de tranen, komen vanuit mijn tenen. Eindelijk laat ik dikke tranen gaan, voel ik de pijn terwijl ik mijn dochter tegen me aanhoud. Mijn familie om me heen. Joost is opgelucht dat ik eindelijk huil. Het is zo mooi om mijn moeder, zus en Wil met die kleine te zien zitten. Het lijkt alsof ze slaapt en elk moment kan gaan huilen omdat ze honger heeft.
Dan heeft Joost haar weer even vast. Wat voelt dat goed. Ik zal zijn woorden van dat moment nooit vergeten: “Het lijkt wel alsof ik er al een beetje vrede mee heb”. Dat moment moet je blijven koesteren Josie! Papa Joost!
Gelukkig heeft de verpleegster veel foto’s gemaakt van na de bevalling. Zelf hebben we daarna nog heel wat rolletjes volgeschoten.
± 10.00 uur wordt Nienke meegenomen voor onderzoek. In de tussentijd spreken wij Sander, de begrafenisondernemer. We moeten voor onze dochter allerlei beslissingen nemen, over dingen waar we nog nooit bij stil hebben gestaan. Gelukkig krijgen we goede adviezen, veel informatie en laat iedereen ons vrij in onze keuze.
We willen snel naar huis, naar onze eigen omgeving. Ik heb mijn kleren al aan als de verpleegster binnenkomt voor een tussentijdse controle van de bloeddruk, hartslag etc. Ik kon aardig op mijn benen staan, dus wilde ik naar huis. Gelukkig werd daar niet moeilijk over gedaan.
12 oktober
Na de bevalling kon ik thuis mijn tranen laten gaan. De box stond nog midden in de kamer en de wandelwagen onder de trap. Misschien raar, maar daar had ik helemaal geen moeite mee. Immers, het stond er al 1,5 maand! Daar raak je aan gewend. Later voelde ik pas de leegte.Samen wat op bed gelegen. De kraamhulp arriveerde. Een lieve rustige vrouw met ervaring met doodgeboren kindjes. Zelf heeft ze 16 jaar geleden ook een kindje verloren. Hierdoor voel je gelijk verbondenheid. In eerste instantie zouden we maar 3 dagen hulp krijgen. Gelukkig heeft ze er toch 8 dagen van 4 uur van kunnen maken. Achteraf hadden we dat ook echt nodig. De eerste dagen ben je zoveel aan het regelen en zit je nog zo in ‘de film’ dat je niet aan wassen, eten koffie en koeken kunt denken. Daarbij ben ik ook gewoon kraamvrouw, die moet herstellen van een gewone bevalling. Dat laatste schoot er door de drukte wel bij in. Gelukkig lieten Joost en alle anderen dat gewoon toe. Ik had behoefte aan familie en vrienden om me heen. Niet aan slapen of rusten.
’s Avonds bracht Sander Nienke thuis. Ze lag in een mandje dat precies bij haar en bij ons paste. Haar lipjes waren al wat donkerder. Met het mutsje van het ziekenhuis zag ze er een beetje als een clowntje uit! Gelijk haar eigen witte mutsje opgedaan. Nu bleek dat haar hoofdje niet inwendig is onderzocht. Daar hadden we wel toestemming voor gegeven. Waarschijnlijk hebben ze dit via een scan kunnen bekijken.
Met Sander bespraken we de mogelijkheden voor de begrafenis of crematie. We konden hier rustig over nadenken en er later op terugkomen. Sander en Joost plaatste de koeling in haar kamertje zodat ze gewoon in haar eigen bedje kon liggen. Die technische noodzakelijkheden horen en nou eenmaal bij. Joost vond het eigenlijk best prettig om ook daarbij betrokken te worden. Met de lakentjes, knuffels erbij leek het alsof ze gewoon lekker lag te slapen. Ze was nog steeds heel mooi. Lange vingers en een plat neusje. Bolle wangen, rood van kleur. Donkere zachte haartjes met blonde hele dunne wenkbrauwtjes. Veel foto’s gemaakt.
Begraven of cremeren? Ik wilde altijd gecremeerd worden. Joost begraven. Het idee dat er insecten door haar oren kruipen en dat het lichaam ‘wegrot’ beangstigde mij. Sander legde uit dat ze veel te diep ligt voor insecten en dat de natuurlijke bacteriën die al in haar lichaam zitten het proces in gang zullen zetten. Dit vond ik toch een mooiere gedachte dan cremeren. Dan komt er aan dat veel te korte leventje zo abrupt een einde. Haar lichaampje is dan zo snel weg, terwijl ze er 9 maanden over heeft gedaan om te groeien tot wat ze nu is. Nu mag ze ook langzaam terug naar de natuur.
Ilsie en Raôul kwamen ’s avonds langs. Samen hebben we naar Nienke gekeken. Als trotse ouder laat je je dochter graag zien. Jammer dat ze niet in het ziekenhuis bij de rest konden zijn. Maar zo met z’n vieren was het ook mooi.
Van het ziekenhuis kregen we een plakboek mee met voorbeeldkaartjes voor de begrafenis. Iedereen doet dat op zijn eigen manier. Wij waren op zoek naar ons kaartje. We hadden sterk de behoefte er een persoonlijke draai aan te geven. Immers, het ontwerp voor het geboortekaartje had ik ook zelf gemaakt. Heel impulsief kozen we voor het symbool van een bloem. Met de tekst hadden we wat meer moeite. De volgende ochtend vloeide dit merkwaardig soepeltjes uit onze pen.
Elke avond hebben we een aantal van onze beste vrienden gebeld om te vertellen over Nienke. We wilden hen de gelegenheid geven afscheid van haar te nemen, ook al hebben ze haar niet echt gekend. We wilden in de toekomst gewoon over onze dochter kunnen praten en dat zij dan wisten over wie we het hadden. Het is ook veel fijner om samen met vrienden te huilen dan alleen. Ze wilden Nienke allemaal graag zien. Soms in stilte, een ander vol verbazing of verwondering over haar pracht. Dat doet zo goed om te zien.
Deze 5 dagen samen waren heerlijk. Voor het slapen gaan zeiden we ons meisje welterusten en ’s ochtends begon er weer een nieuwe dag mèt haar. Het was zo fijn haar zo dichtbij te hebben. Ik at mijn ontbijtje bij haar op, kamde haar haartjes, smeerde haar lipjes in met vaseline, zong ons liedje en kuste haar. Haar handjes waren zo zacht, met soepele vingertjes. De nageltjes waren wat donker, alsof ze ze trendy gelakt had! Bijzonder was dat haar nageltjes en haartjes gewoon doorgroeide. Dat leefde nog!
Het voelde goed zo. Elke stap die we zetten. We deelden samen veel emoties en gedachten. We konden vooral in bed úren babbelen.
Elke dag hadden we wel aanloop: verloskundige, huisarts, Sander, ouders, zussen en vrienden. Veel bloemen en héél veel kaarten met soms hartverscheurende teksten. Soms van mensen van wie je dat helemaal niet verwacht.
Sjors en Sjimmy voelen dat er iets aan de hand is. Sjors mist mijn buik, als hij op mijn schoot wil liggen. Hij gaat dan helemaal bij mijn knieën liggen. Terwijl er nu genoeg ruimte is in mijn schoot.
14 oktober 2000
Toch vonden we het elke ochtend best eng naar Nienke te gaan. Hoe zou ze er vandaag uitzien? Maar elke keer viel dat reuze mee! Ze bleef mooi. Sterker nog; Het leek alsof ze een rustigere uitdrukking in haar gezichtje kreeg. Haar ogen en mond leken meer ontspannen.
In die 5 dagen dat ze bij ons was, kreeg ze een beetje een karaktertje. Heel raar. Maar het voelde alsof we haar echt kenden. We voelden ons een gezinnetje. We voelden ons compleet.
Langzaam kreeg de begrafenis meer vorm. Via het kaartje wilden we iedereen de gelegenheid geven te komen. Niet alleen vanuit het praktische oogpunt dat je dan iedereen in 1 keer ziet en je je verdriet kan delen. Maar ook omdat het dan ‘eenvoudiger’ zou zijn straks naar een familiefeestje, een training of een toneelbijeenkomst te gaan.
In eerste instantie wilden we het allemaal niet te plechtig met speeches in een aula en zo. Later in de week ontdekten we dat mooie woorden een enorme troost kunnen zijn. Niet alleen voor ons, maar voor iedereen die verdriet heeft. En mooie woorden verdient Nienke. Onze ouders wilden graag iets zeggen.
We kozen voor het symbool van een witte ballon die we los zouden laten bij het grafje. De dagen voor de begrafenis leefde ik heel bewust naar dit moment toe. Want dan moest ik haar écht loslaten. Langzaam wende ik aan dat idee. Joost leefde naar het moment toe dat hij haar zelf in het grafje zou zetten.
Verder kochten we zelf 60 bloemen die de aanwezigen aan Nienke konden geven. Dat zou een gevoel van verbondenheid creëren en het leek ons een mooi gezicht, al die bloemen. Het maken van de vele keuzes en het nemen van beslissingen ging heel spontaan, haast alleen op gevoel. We zeiden vaak tegen elkaar ‘Het voelt goed wat we doen’. Meningsverschillen hadden we niet. Raar, bij het plannen van bijvoorbeeld een vakantie hebben we dat wel. Misschien omdat het onze dochter betrof en niet alleen ieder voor zich.
Joost heeft Nienke samen met zijn vader aangegeven bij de gemeente. Omdat ze in het ziekenhuis in Utrecht is geboren, moest ze daar ingeschreven worden. Raar, we wonen in IJsselstein. Hij deed dat graag. Zo trots als hij is op zijn dochter. Aan 1 loket geef je de geboorte van je kind aan en tegelijk het overlijden. Keihard dus. Ik vind het knap van Joost. Hij zei: “anders had ik haar ook zelf aangegeven, dus doe ik dat nu ook”.
Elke dag hadden we aanloop. Sander checkte dagelijks hoe het met Nienke ging. Helène praatte veel met ons over de bevalling, het waarom, wat ons te wachten stond en een eventueel volgende zwangerschap.
Bernadette werd afgelost door een nieuwe kraamhulp: Levien. Ook een ervaren vrouw op dit gebied. We hebben samen afdrukjes gemaakt van Nienke haar handjes. Dat was zo leuk. Het leek wel op vingerverven! In de kleur van het kaartje maakte we 4 mooie afdrukken. Omdat haar voetjes zo koud waren hebben we die niet afgedrukt. Uit waardigheid voor haar, zo koud als ze was. Joost en ik hadden afgesproken dat Nienke bij ons kon blijven, zolang ze waardig in haar ledikantje kon liggen. Dankzij de goede zorgen van Sander en misschien ook wel door de liefde die we haar gaven, is Nienke tot de dag van de begrafenis mooi gebleven. Wat hebben we die dagen intens genoten.
15 oktober
Donderdag 5 oktober, de dag voor haar begrafenis, is mijn verjaardag. Dit jaar word ik 29 jaar. Een bijzondere verjaardag. De ouders en mijn zus zijn geweest. ’s Avonds wilden we met z’n drietjes alleen zijn. Dat was een heerlijke avond. Sander had geadviseerd tijdig de koeling onder Nienke haar ledikantje uit te zetten. Daardoor voelde ze donderdagavond bijna als een gewoon kindje. We hebben haar alle twee nog eens goed in onze armen genomen en geknuffeld. We zijn met haar naar de woonkamer gegaan en hebben met de zelfontspanner mooie foto’s gemaakt. We hebben haar het hele huis laten zien! Ze was nog steeds heel mooi, haar handjes nog steeds zo zacht.
Van Joost kreeg ik een prachtige armband. In ons favoriete winkeltje had ik deze al voor de bevalling gezien met mijn zusje. Het heeft allerlei vrolijke kleurtjes die perfect bij het ontwerp van het eigenlijke geboortekaartje paste. Hij heeft het gekocht toen Nienke nog in mijn buik zat. Ik ben er heel blij mee. De kleurtjes staan nu voor de 9 prachtige maanden die we met z’n drietjes mee hebben gemaakt. Waarvan we zo intens hebben genoten. We laten er een soort bedeltje aan maken met ‘Nienke’ erop.
Donderdagavond was ook het moment dat we Nienke in haar mandje legden. Op het kussentje onder haar hoofdje hebben we het voile gelegd waar ik samen met Mam het hemeltje van heb gemaakt. Daar hebben we haar zelf zachtjes opgelegd.
We hebben allerlei fijne herinneringen aan je meegegeven voor daar waar je heen gaat:
- Je eerste knuffeltje dat we bij aankoop van je wagen, box etc. kregen. Wij bewaren de grote versie van hetzelfde knuffeltje wat we toevallig cadeau hebben gekregen.
- 1 oorbel die ik met het trouwen in had. De andere plak ik op je fotolijstje.
- Dekentje waar je thuis onder hebt gelegen.
- Mutsje en kleertjes die ik zelf heb gekocht.
- Papa heeft de deksel van je mandje extra geplastificeerd zodat je goed beschermd bent.
- Je kaartje waar we zo trots op zijn, zodat iedereen daar weet wie je bent.
We hebben in jouw bijzijn een glaasje wijn gedronken en lekker gekletst over hoe lief je bent en over hoe lief we voor je zijn. Hoeveel we van elkaar houden en hoezeer het ons verbijsterd dat alles zo goed voelt! Wat een prachtige avond was dit, die ik mijn hele leven zal koesteren.
’s nachts hebben we je in je mandje in je ledikantje op je eigen kamer gelegd. De volgende ochtend, de dag van de begrafenis, hebben we het dekseltje op je mandje gelegd. Voor de laatste keer zagen we je gezichtje, gaven we je een kus. Dit was een moeilijk moment, maar toch voelde het goed. We kònden nu afscheid van je nemen, met een soort gevoel van berusting. Je kamertje was jouw plekje, dat was het gebleven als je geleefd had. Nu ga je naar een ander plekje, dat voor altijd jouw plekje wordt. Dat voelde goed zo, je lichaampje kòn niet meer bij ons blijven.