3 januari
Nieuwjaar gevierd met Jes en Sieg. Heel gezellig. Veel gelachen, ook samen gehuild. We hebben een raar jaar afgesloten. De geboorte van Anke, mijn zwangerschap en die van Ilsie en Sabien, de geboorte van Ruben. Een lange tijd van geluk die wordt overschaduwd door de laatste 3 maanden. Wat hebben wij toch allemaal meegemaakt! Een jaar vol tegenovergestelde emoties. De geboorte van Nienke was heel mooi. Dat meen ik echt. Het is een cliché. Vaak word ik warm van binnen als ik aan 2 oktober terugdenk. Eerder warm dan koud. Terwijl het het pijnlijkste moment van mijn leven was. Raar.
1 januari was Pap jarig. Ik had me er zo op ingesteld, dat ik dan de woonkamer binnen zou komen vol met familie. Maar toen het moment daar was, schoot ik toch vol. Vooral toen Pap en Mam ons gelukkig nieuwjaar wensten. Tuurlijk wens ik dat iedereen. Écht. Maar als je samen zoveel ellende hebt meegemaakt, voelt het toch anders. De woorden ‘Gelukkig nieuwjaar’ klinken zo simpel, maar wij voelen er zo veel meer bij. Alle ogen waren op ons gericht. Ik vluchtte de slaapkamer in. Ik had verdomme met een kleine op mijn arm binnen moeten komen! Veel ooms en tantes hebben mijn dikke buik niet eens gezien. Het leek even alsof er niets was gebeurd.
Gelukkig waren Mir en Dirk er ook. We gingen als laatste weg. Eigenlijk wilde ik best blijven, maar was erg moe. Had die nacht weinig geslapen. Moest de volgende dag weer werken. Ik voelde me warrig en onzeker. Ik wilde ook nog aan mijn dagboek werken. We zijn toch maar gegaan. In de auto gehuild. Had ik toch moeten blijven en Pap en Mam eens flink moeten knuffelen? Door dat stomme werk voel ik me zo onzeker.
Ik heb nu al een aantal ochtenden gewerkt. Elke ochtend denk ik weer: “Nu had ik haar naar het kinderdagverblijf moeten brengen”. Voorlopig blijf ik op mijn eigen afdeling. Dat vind ik al zwaar genoeg. Als ik met iets bezig ben wat ik daarvoor altijd al deed, lijkt het alsof er niets is gebeurd. Ik ben verdomme moeder! Maar niemand ziet het. Ik heb geen foto op mijn bureau. Ik kan niet roepen “Ik ga Nienke ophalen” of “Ze heeft ons heel de nacht wakker gehouden”. Nee, ik heb weer dat oude verveelde leven terug. Van werken, eten, hobby, slapen, werken, eten, hobby, slapen, werken, eten, hobby, slapen. Dat wil ik helemaal niet. Toch ga ik straks fulltime werken. Anders ga ik die dag dat ik thuis zit, die ik eigenlijk voor Nienke had gereserveerd, alleen maar huishoudelijk werk doen terwijl ik er met haar op uit had willen gaan. Nu kan het nog: lekker fanatiek aan de slag! Stilletjes denk ik: mijn tijd om parttime te gaan werken, komt nog wel als er een tweede kindje komt. Trouwens, we kunnen het geld goed gebruiken!
Vandaag ging het helemaal niet op het werk. Toen ik mijn jaarplanning maakte ontdekte ik dat ik al 10 minuten naar dat vakje van 2 oktober zat te staren. 2 oktober 2001, hoe zou dat zijn? Een collega kwam even gedag zeggen. Toen moest ik me al verbijten. Je hoort jezelf allemaal standaard dingen zeggen. Het liefst wilde ik in janken uitbarsten, maar dat doe je niet op je werk. Ik wilde niet door hem getroost worden. Toen hij weg was, probeerde ik mezelf terug te vinden, maar ik kwam steeds weer op het verdriet terug. Mijn ogen liepen vol en mijn kaken begonnen te trillen. Moet ik me vermannen? Of gewoon laten gaan en daarna verder gaan met het werk. Onzekerheid. Ik vluchtte met een collega een kantoor in. Lieve meid. Toch computer uitgezet en gegaan. Ik ben naar Nienke gereden. Uit de verte zag ik mensen op het kinderveldje staan. Andere ouders? Kan ik dat wel? Even wachten. Toch gegaan. Ik wilde even bij mijn dochter zijn. Het bleken de verzorgers van het kerkhof te zijn. Er is naast Davide wéér een grafje gegraven. Verdomme. Dat is elke maand 1 dood kindje.
Het is raar om in mijn eentje bij je te zijn. Het klinkt toch anders als je zegt: “Hier ligt onze dochter” in plaats van “Hier ligt mijn dochter”. Dan voel je je heel alleen en incompleet. Schrijven helpt om weer te voelen waar het om gaat. Ik hou van je, lieve meid.
9 januari
Het is een mooi grafje geworden naast Davide. Waarschijnlijk is het een meisje, aan de vele roze bloemen te zien. Toen Joost en ik er vrijdag waren, was de begrafenis bezig. De bijeenkomst was in de aula aan de gang. Tuurlijk doe je het niet, maar ik had zin om die mensen een hart onder de riem te steken. Te zeggen dat de pijn echt minder wordt. We dachten aan de rottijd die ze nu meemaken. Ongeloof, woede, leegte. Hopelijk vinden ze veel troost.
Laatst had ik nadat ik een uur wakker had gelegen de behoefte haar weer eens echt te voelen. Ik weet van tevoren dat dat pijn gaat doen. Toch ben ik naar haar kamertje gegaan en heb ik haar lucht daar eens flink opgesnoven. Het rompertje met Jip en Janneke hebben we nog. De mensen van de autopsie hebben haar een ander hempje aangedaan na de operatie. Waarom precies weet ik niet. Wij hebben daardoor nu die prachtige herinnering. Dat heeft ze aangehad. Ongelofelijk, mijn dochter heeft dat aangehad. Mijn dochter. Zo raar dat ik een dochter heb. Soms geloof ik het niet eens. Dan wil ik haar voelen, ruiken, bekijken etc. Met het rompertje tegen me aan kon ik haar bijna letterlijk voelen in gedachten. Dan mis ik haar zo verschrikkelijk, terwijl het ook fijn is aan haar te denken op deze intense manier. Joost schrok wakker, dat ik niet naast hem lag. Nadat ik lekker had gejankt, kon ik toch in slaap vallen.
Ik zie het zo: mijn pijn is een soort balletje. Dat heb ik altijd bij me. Als ik me goed voel, is het zacht, kneedbaar, mooi rond, vol, warm. Als ik me rot voel steken er allemaal dingen/punten uit. Dat kan met een klein oneffenheidje beginnen, groeit tot een bobbeltje en vervolgens een vlijmscherpe punt. Als ik me niet gewoon confronteer met de pijn, groeit dit alsmaar door. Het wordt dan steeds pijnlijker om het intense verdriet dat in die bal zit onder ogen te durven zien. Dan wordt die stap steeds moeilijker. Waardoor ontstaan die bultjes of waardoor groeien ze? Door pijnlijke opmerkingen, herinneringen of doordat ik een tijdje niet actief met jou ben beziggeweest. Als ik bijvoorbeeld een paar dagen niet geschreven heb of niet bij je grafje geweest ben.
Gisteren gesprek gehad met de Arbo-arts. Na de ervaring met de arts van Joost had ik mijn verwachtingen niet te hoog gesteld. Dat stelde niet veel meer voor dan het inventariseren van de klachten, dat in de computer zetten en een nieuwe afspraak maken. Nou, dat viel dus alles mee. De man was écht geïnteresseerd in hoe ik met mijn verdriet omging. Sprak ook zijn bewondering uit voor de manier die ik gevonden had. Joost, Pap, Mam en anderen zeiden dat ook al wel, maar het is toch prettig als een arts dat tegen je zegt. Hij gaf me een aantal tips: gewoon halve dagen blijven werken en de slaapuren ’s middags afbouwen. Ik gaf aan dat ik me op mijn werk niet echt productief voelde en dat ik dat vervelend vond. Er wordt erg veel gepraat. Er is echt een soort ‘praatcultuur’: alles mag en kan besproken worden. De vraag “Hoe is het met je?” werd me in die 4 uurtjes wel 5 keer gesteld. Mensen willen graag weten hoe het met me is. Dat is heel fijn, echt. Maar met collega’s waar je niet echt iets mee hebt ontstaat dan zo’n standaard babbeltje van “Nou, het gaat wel, we proberen de draad weer op te pakken…”. Er wordt dan een soort cassettebandje gestart met standaard opmerkingen. Dat is niet erg bijzonder rot, maar ik word er zo moe van. Toch moet ik er even doorheen. Het kan nog even duren voordat ik iedereen uit mijn contactenkring gesproken heb. Hoe ga je dan weer over tot de orde van de dag? Ik wil ’s avonds het gevoel hebben van dat heb ik toch maar weer effe gefixt! Ik moet daar zelf het voortouw in nemen. Anderen denken anders dat ik er erg graag over praat met iedereen. Terwijl ik juist ontdek dat het fijner is om me tot een klein groepje mensen te beperken, waar je altijd terechtkunt. Die meer met me hebben dan alleen “Goh, wat erg…”. Diepgang hoeft niet met iedereen. Ik hoef niet iedereen uit te leggen hoe het is om met zoiets te leven. Daar kunnen niet alle mensen iets mee. Sommigen niet meer dan op een verjaardag weer een smeuïg verhaal vertellen. Daar hoort ons verhaal niet. Ik noem het het ‘Catherine-Kijl-Gevoel’, waar ik niet aan mee wil doen. In de eerste weken kon ik ons verhaal niet vaak genoeg vertellen. Toen was dat misschien nodig om het een onderdeel van mezelf te laten worden. Door het vaker te vertellen wordt het steeds meer eigen. Nu heb ik die behoefte veel minder. Ik wil soms te graag laten zien dat ik er over kán praten. Maar doe ik dat dan voor mezelf of voor die ander, om die gerust te stellen? Met oppervlakkige contacten hoeft dat helemaal niet. Dat zie ik nu. Ik moet er mee verder leven, zij niet. Daar heb ik niets aan. Van goede vrienden of familie krijg ik vaker iets zinnigs mee, een tip of een echt warm gevoel. Ik wil ook verder, verdorie! Daar heb ik weer input van die ‘oppervlakkige contacten’ voor nodig. Wat een gedoe allemaal!
10 januari
Ik vind het rot dat ik mensen tref waar ik iets mee kan, terwijl het lijkt alsof dat Joost allemaal tegenzit. Slapen gaat slecht. Hopelijk kan hij snel bij de psycholoog terecht. We hebben al een tijdje niet gepraat over hoe hij zijn verdriet nu beleeft. Daar zit ik mee. Ik heb het soms zo druk met mezelf en ik wil hem niet te erg kwetsen door te blijven vragen. Stom, want als anderen dat bij mij nalaten vind ik dat nóg rotter. Hopelijk kan die psycholoog hem helpen. Regelmatig hebben we lol samen of heeft hij plezier in zijn eentje. Dus echt lusteloos is hij niet. Gelukkig. Het zal best wel goed komen, denk ik.
14 januari
Vandaag hebben we een bloemendoos voor je gemaakt. Bij de Blokker heb ik een mooie stevige doos gekocht. Deze hebben we beplakt met alle wenskaarten waar bloemen op stonden. Niet de echte, maar eerst ingescand en geprint. Alle tastbare herinneringen kunnen we hierin bewaren. In jouw bloemendoos. Alles bij elkaar. Fijn dat het af is. Het is een kleurrijke bonte doos geworden, die voorlopig in de woonkamer blijft staan.
Vrijdag 12 januari ging Joost lekker vliegeren. ’s Middags gebeurde er iets heel raars. Van een paar uur weet hij niet meer wat er is gebeurd. Hij is onze afspraak met Jes en Sieg totaal vergeten. Heel verward en bang kwam hij 22.00 uur thuis. Zo ongerust ben ik nog nooit geweest. Ben thuis gebleven. Ik wilde er voor hem zijn, als hij thuis kwam. Een soort voorgevoel dat er iets mis was. Wat er precies is gebeurd, weet ik niet. Losse stukken wist ie zich wel te herinneren. Maar waarom en wat er tussenin is gebeurd, weet ie niet. Ik ben bang. Dit is niet goed. Was dit een soort psychose? We hebben hulp nodig. Ongeveer 2 weken geleden zou de huisarts een afspraak maken met de psycholoog. Dat duurt nu te lang. Ik dacht dat het beter was als hij er zelf achteraan zou gaan. Zoals gewoonlijk schuift hij dingen die hij niet leuk of prettig vindt zo lang mogelijk voor zich uit.
Morgen toch maar weer de huisarts bellen. Nu het beter met mij gaat, gaat het slechter met hem. Verdomme, wanneer kunnen we écht verder?
16 januari
Veel boswandelingen. Ondanks de kou gaan we er vaak op uit. Goed voor de lijn en geest! En we slapen er lekker op. Weinig klachten aan bekken of stuit na 1 uur lopen. Eindelijk gaat het fysiek wat beter. Morgen ga ik weer zwemmen. Doe nog steeds 2x oefeningen per dag. Na hard trainen kom ik langzaam weer in vorm terug. Eindelijk effect van al die inspanning.
Joost heeft minder behoefte aan praten over zijn verdriet dan ik. Het lijkt dat ik constant moet analyseren wat ik voel, waarom, wanneer etc. Soms wil ik dan hardop filosoferen. Niet alleen om orde in de puinhoop in mijn hoofd te scheppen, maar ook om Joost aan te geven hoe het met me gaat. Dat zou ik ook fijn vinden als hij dat wat meer naar mij toe doet. Hij zegt dat hij er in ieder geval mee bezig is. Ik ging bijna denken dat hij al zijn verdriet wegstopte. Als je iemand niet kunt bereiken, kun je je zo machteloos voelen. Het is zo rot, dat je iemand wilt helpen van wie je houdt, maar je weet niet hoe. Het komt wel, zegt ie. Daar moet ik op vertrouwen en accepteren dat het bij hem anders werkt dan bij mij. Zelf praat hij niet over wat er die vrijdag is gebeurd. Ik wil er steeds over beginnen, maar het lukt niet. Help.
Terwijl ik zo graag weer zwanger wil zijn! Die tegenovergestelde emoties zijn zo verwarrend. Het liefst gelijk hóóg zwanger! Het duurt dan nog 9 maanden! Maar daar moet eerst nog meer voor gebeuren. Wie weet hoe lang het nog duurt voordat het weer zover is.
28 januari
Gisteren was Oma jarig. 87 jaar! Op het feest moesten we allemaal een foto meenemen. Dat maakte bij mij weer van alles los. Ik wilde weten waarvoor het was. Ik had het vermoeden dat het om een stamboom ging. Daar hoort Nienke ook in thuis. Om het zeker te weten toch even gebeld. Het bleek niet de bedoeling, dus ik heb alleen een foto van ons twee meegenomen. Moeilijk vond ik dat. Zo onzeker voel ik me dan. Ik merk dat ik nog steeds van de daken wil schreeuwen: “Maar we zijn met z’n drietjes!” Je ziet niets aan ons. Anderen zien alleen Joost en Lieke. We zijn dus gewoon met z’n tweetjes op zo’n feest. Ik kan de rest van mijn leven niet met handafdrukjes aan blijven komen zetten. Ik heb er 9 maanden aan moeten wennen dat we straks met z’n drietjes waren. Nu, 4 maanden na haar geboorte, moet ik er weer aan wennen dat we toch met z’n tweetjes zijn, maar stiekem met z’n drietjes… Niet stiekem voor vrienden en familie, maar als je je ergens voor het eerst voorstelt bijvoorbeeld.
Een kind voelt echt als een stuk van jezelf. Dit vond ik vroeger altijd zo overdreven. Een kind is toch een mens op zich? Dat klopt, maar toch voelt het zo. Nu is dat stuk van mij weg. Ik voel me echt incompleet. Er klopt iets niet. Als er bijvoorbeeld een arm van je lijf wordt gerukt, doet dat pijn. Je weet dan dat je een arm mist, dat ziet een ander ook. Iedereen kan zich enigszins voorstellen hoe erg het is om met één arm te leven.
Het verlies van je kind is aan de buitenkant niet te zien. Je moet steeds uitleggen dat je je rot voelt. Ik merk dat ik dat vaak wil uitleggen, maar dat ik dat niet kan. Het komt niet aan of zo. Ze leven met ons mee en vinden het erg voor ons, maar hoe die intense pijn voelt, krijg ik niet uitgelegd. Misschien willen ze het niet echt voelen omdat het zo intens is. Ik moet er maar mee stoppen het uit te willen leggen. Ik moet er mee verder leven, zij niet. Het geeft ook geen bevredigend gevoel als ik het wel haarfijn uit heb weten te leggen. Ik krijg er niets voor terug. Het is vaak een monoloog. Het positieve is dan dat ik het weer even kwijt ben. Dat ik ingewikkelde emoties heb kunnen omzetten in woorden. Maar aanvullingen of het samen eens van een hele andere kant bekijken etc. vind ik niet of zelden. Dat zou alleen kunnen met ouders die hetzelfde hebben meegemaakt. Erg, dan voel je je zo eenzaam met je verdriet. Maar het is niet anders.
Vaak is het ook fijn dat je aan de buitenkant niets aan me kunt zien, niet iedereen hoeft ons verhaal te kennen. Dan is het lekker om maar gewoon te zeggen dat het goed met me gaat, ook al is dat in feite niet zo. Kletsen over koetjes en kalfjes en gewoon Lieke zijn. Op mijn werk doe ik het nu vaak zo.
Soms zie ik een moeder en een dochter zo gezellig samen. Aan een blik over en weer hebben ze vaak genoeg. De band tussen die twee is zoiets moois, zo fijn en vertrouwd. Een onvoorwaardelijke liefde die zo gewoon is, dat je er zelden bij stilstaat. Ik ben zelf ook zo’n dochter. Maar ik had ook zo graag die moeder willen zijn.
Ik denk wel dat ik ooit wel weer eens moeder word. Joost zei zoiets vanavond nog. Maar ik moet me dan wel realiseren dat ik dan niet meer van Nienke in verwachting ben, maar van een ander kindje. Dat lijkt me dan zo verwarrend. Ik zou zo graag weer van Nienke in volle verwachting zijn. Kan niet natuurlijk. Nienke is hier al geweest. Ik kan haar niet nog eens op de wereld zetten. Mijn liefde voor haar is inderdaad onvoorwaardelijk. Omdat ik het niet tegen haar kan zeggen, schrijf ik het maar. Ik kan het haar niet laten voelen door te knuffelen, stoeien, winkelen, kokkerellen, theeleuten etc.
Ik heb zo veel liefde te geven. Joost ook. Ik geloof dat we elkaar de laatste tijd dubbele porties geven. Het lijkt dat we elkaar ook meer ruimte kunnen geven. Dat voelt goed. Onze relatie groeit ontzettend. Laatst heerlijk gebabbeld. Joost is nog steeds heel kwaad. Natuurlijk omdat zijn dochter hem is afgenomen, maar ook omdat hij zich zo machteloos voelt ten opzichte van mijn verdriet. Ik huil veel vaker dan hij. Maar ik voel me ook machteloos omdat hij juist weinig huilt. Het enige wat je kunt doen, is elkaar vasthouden, luisteren en nog een pot thee zetten. Meer verwachten we ook niet van elkaar. En dat we openstaan voor elkaar, dat ook.
Meisje, jij heb iets meegemaakt, waar ik me niets bij voor kan stellen, waar ik niet over na dúrf te denken. En jij hebt het al meegemaakt: de dood. Ik heb altijd gedacht dat de dood gewoon het einde is van ons bestaan. Maar ik kan het nu niet laten om lekker te fantaseren over hoe het daar is. Misschien kom je Oma van Esch tegen of de Opa’s.
Misschien ken jij ze nu beter dan ik ze me kan herinneren. Word je daar ouder? Wie zorgt er voor je? Misschien wel tante Beb… die heeft in ieder geval veel ervaring… Of ‘spook’ je wel eens rond in ons huis? En zie je me nu schrijven. Ooit zal ik dan bij je zijn. Zou ik je dan wel herkennen? In mijn gedachten groei je door. Je kleertjes die in je kamertje hangen zou je nu niet meer passen. Ik moet ze maar eens opruimen. Ik denk dat ik nu wel kan slapen. Ik wíl heel graag in een leven na de dood geloven. Lijkt me fijn voor jou. Welterusten lieve meid.
31 januari
Gisteren zijn we bij Noor van Mirjam op kraamvisite geweest. Ik zag er niet tegen op. Ik had een poepig rood jurkje voor haar gekocht. Was heel gezellig. Mirjam’s positieve humoristische instelling viel ons alle twee op. Het duurde lang voordat ze zwanger was, maar ze heeft het toch al over meerdere kinderen… Vervolgens dus gisterenavond heel lang wakker gelegen. De gedachten over een nieuw geboortekaartje kon ik niet uit mijn hoofd zetten. Er is weer een leuk idee ontstaan. Toch maar gelijk even uitgeschetst.
7 februari
Een paar weken ging het minder goed met Joost. Weinig actief, lusteloos kwam hij zijn dagen door. Erg rot. Maar nu gaat het beter. Het is heerlijk. Als ik thuiskom heeft hij van alles gedaan. Het kan zijn dat de gesprekken met de psychologe vruchten afwerpen. Ik hoop het zo. Ik heb me er bij neergelegd dat zij hem misschien beter kan helpen dan ik. Het is niet leuk dat ik hem zelf niet zo goed kan helpen, maar wel logisch. Wij zijn onbewust toch best bang dat we elkaar pijn doen.
Vandaag voor het eerst een hele dag gewerkt. Erg moe. Ik zal het toch wat rustiger op moeten bouwen. Het is heerlijk om je weer gewaardeerd te voelen en een voldaan gevoel te hebben over de dingen die je doet. Op de volleybal met een welkomstcadeau met de training begonnen. Leuk. We zijn laatst met het team uitgeweest. Raar om in een volle kroeg te staan. De meesten kennen ons verhaal niet. Die zien mij gewoon als Lieke, als individu. Dan wordt er niet naar me gekeken als iemand die haar kind verloren heeft. Best een lekker gevoel, want ik weet dat die Lieke er best mag zijn. Met meiden op stap geeft weer zo’n ouderwetse spanning. Giechelig, een beetje rondspeurend en melig. Toen ik 1.00 uur thuis kwam was Joost niet thuis. Doodongerust ben ik weer geweest. Zonder briefje of telefoontje was hij gewoon gaan karten met Gerwen. Heel leuk, maar een teken van leven was fijn geweest. Achteraf kon ie zich natuurlijk weer voor zijn kop slaan… Verdorie, ik was wel heel snel nuchter… Fijn gepraat. Dat is dan ook het enige voordeel van zo’n stomme actie!
Donderdag trok ik het even niet op mijn werk. Een collega van wie ik het helemaal niet had verwacht vroeg heel geïnteresseerd naar me. Of we haar een naam hadden gegeven. Zo merk je dat zo iemand zich totaal niet vóór kan stellen wat er allemaal bij komt kijken. Túúrlijk heeft ze een naam! Jouw kind toch ook? Hartstikke goed bedoeld, maar terug op mijn werkplek schoot ik helemaal vol. In een kantoor van even weggevlucht. Jules bracht me een kop thee, Een collegaatje vroeg of ze wat kon doen. “laat me maar even.” Toen bedacht ik me dat ik het eigenlijk best fijn vond dat Nienke zo af en toe in mijn hoofd kwam rondspoken. Zo kon ik haar voelen. Dat is dé manier om haar echt te voelen, ook al doet het zo’n pijn. Zo’n innige band heeft niet elke moeder met haar dochter. Zo troost ik me zelf. Meisje, spook maar lekker in mijn hoofd. Alleen daar kan ik je vasthouden, voelen, lieve woordjes tegen je zeggen. Dat is ons plekje. Als je maar wel regelmatig blíjft spoken. Dat vind ik prima. Daar wil ik mee kunnen leven. Ik weet dat ik het kan.
Het lijkt soms alsof ik de energie of de kracht die jij eigenlijk nodig had om te kunnen leven, dat ik die er bij heb gekregen. Ik ben bijvoorbeeld nóg meer van Joost, van mijn ouders en mijzelf gaan houden. Idioot, maar zo voelt het. Openstaan voor de mensen en dingen die belangrijk voor me zijn, gaat veel gemakkelijker. Of juist minder open voor mensen en dingen die me niet interesseren. Ik denk vaak “mij maken ze niks meer!” Ik heb de twee uitersten van het leven meegemaakt: een kind baren, iemand op de wereld zetten. En een kind verliezen. Ik ben wel eens bang dat mensen dat eerste niet met me eens zijn. Dat ze vinden dat Nienke nooit echt op de wereld is geweest. Immers, onze leeftijd begint op onze geboortedag te tellen. De maanden daarvoor in de buik tellen niet mee. Dus Nienke is dan 0 geworden. Hoe ongebruikelijk het ook is, ik vind dat Nienke 9 maanden is geworden. Zó goed hebben wij haar gekend. En wie mij tegenspreekt die is gek, die moet zijn mond houden.
Ik ben bang dat anderen denken dat het minder erg is een kind te verliezen dat 0 jaar is, dan een kind dat enkele jaren heeft mogen leven. Ik weet dat verdriet niet te vergelijken is, en dat de mensen die dat toch doen niet weten waar ze het over hebben. Maar toch voel ik angst. Als iemand vraagt “Heb je kinderen?”. Zal ik vaak antwoorden: “Ja, maar zij is overleden bij de geboorte”. Dan zou ik nu zin hebben om dat laatste weg te laten, omdat ik bang ben dat ze het anders minder erg vinden. Stom. Soms zit ik vol zelfmedelijden en wil ik gewoon horen van anderen hoe erg het is wat ons is overkomen, ook al moet ik janken. Als een ander het zegt, is het een soort spiegel. Dat je van een afstandje naar jezelf kunt kijken en kunt zeggen: “Ja, daarom voel ik me zo rot!”
Volgende week lekker uitwaaien op Texel. Een hele week lekker met zijn tweetjes. Vliegeren met de Nienke-vlieger, dit dagboek helemaal doorlezen en corrigeren en genieten. Voortaan zorgen we dat we altijd een vakantie(tje) in het verschiet hebben.
Soms baal ik dat ik nooit precies op papier kan zetten wat ik voel. Ik ontdek dat emoties iets heel anders zijn dan woorden. Een woord kan alleen een gevoel benaderen of omschrijven. Emoties spelen in een heel ander deel van je hersenen. Ik zou bijna opgeven woorden te zoeken voor wat ik voel. Toch doe ik het. Niet om het papier of een ander duidelijk te maken wat er met me gebeurt. Mooi schrijven kan ik beter aan anderen overlaten, al die mooie gedichten zijn zo kunstig. Ik schrijf puur voor mezelf. En voor Nienke. Alsof het haar een recht van bestaan geeft. Ik denk dat dát is wat ik duidelijk wil maken: Nienke is onze dochter. Onze dochter. Zij is een mens die recht heeft op een bestaan. Al is het in een dagboek. Op papier kan iedereen over haar lezen.
25 februari
Net terug van een heerlijke week Texel. Huisje gehuurd aan de rand van een bos, vlak bij aan het strand, met een rieten dak en schapen in de tuin. Elke dag een wandeling gemaakt, ’s middags ging ieder zijn eigen gang. Joost vliegeren, ik schelpen zoeken of aan het dagboek werken. ’s Avonds maar 2x zelf gekookt! Zo veel leuke eettentjes gehad. Heerlijk. Samen in de kroeg gezeten.
Texel
Ik loop alleen op het uitgestrekte strand.
Een meeuw vliegt zwierig tegen de blauwe lucht.
Ik volg de kleine kinderstapjes in het zand.
Waar leiden zij mij heen?
Naar de krachtige golven met de witte koppen of
naar Joost met de jouw vlieger in de lucht.
De liefde voor jullie houdt mij op de been.
Waarom is de natuur zo krachtig, zo machtig?
We hebben eitjes en zaadjes om ons voort te planten,
een hart om te kloppen, longen om te ademen.
Oh, een kindje van ons twee is zo prachtig.
Hoe zou het zijn om weer zwanger te zijn?
Om jouw broertje of zusje op de wereld te zetten.
De gedachte dat dat zomaar kan, is zo fijn.
Je mama
We hebben een paar dagen gedacht dat ik weer zwanger was. Mijn menstruatie bleef 2 weken uit. Het was heerlijk om even te voelen hoe dat zou zijn. 2 testen gedaan, we wilden het zeker weten. Anders is er misschien iets anders aan de hand. We hadden het fantastisch gevonden, maar nu het niet zo is vinden we het ook prima. We kwamen namelijk met de geboortedatum begin oktober uit… Zaterdag werd ik toch ongesteld. En dat is maar goed ook. Anders hadden we nooit gedaan wat we de hele week al hadden willen doen: parachutespringen, met een tandemsprong natuurlijk! Elke dag was er wel iets waardoor het springen niet door kon gaan. Vliegtuig in reparatie, pilot van het eiland, bewolking etc. Zaterdag om 12.30 uur werden we gebeld door het paracentrum: “Kunnen jullie over een half uur springen?”. Dan wordt het ineens wel heel echt. Dan zit je in een vliegtuigje op 3 km en moet je er uit springen! Joost mocht eerst. De 40 sec. vrije val was zo enorm! Zo hàrd ging dat, wel 200 km per uur. Een soort ontlading van mijn hele lichaam met een hele harde schreeuw: “NIENKE!!!!!!” Ik heb je naam over de hele wereld uitgeschreeuwd! 2x zelfs. Zo tof. Na de vrije val ging de parachute open en begon de prachtige daling van ongeveer 3 minuten. Joost beneden mij. Het was ontzettend koud (later bleek –19!). Mijn vingers braken bijna af, toen ik foto’s wilde maken. Toch heb ik me bijgezet, ik dacht aan hoe koud jouw handjes wel niet geweest moeten zijn. De landing ging netjes. We vielen elkaar in de armen. We waren allebei erg geëmotioneerd, Joost ook nog eens misselijk... Maar dat trok na een paar minuten weer weg.
Wat een ervaring! Dit wilde ik doen als een soort klap op de vuurpijl. Maar ook om de natuur een beetje te sarren en uit te dagen. Het was een enorme ontlading van allerlei emoties. De uren na de sprong waren we er helemaal vol van. Top! We hebben het gedaan! We zijn trots op elkaar en op ons zelf.
We hebben alles uit deze vakantie gehaald wat er in zat. Dat wil ik voortaan ook met mijn hele leven doen. Zodat we nóg vaker kunnen zeggen “Wat hebben we het toch goed”, met een knipoog naar Nienke. Want zij zal altijd bij me zijn, zittend op mijn schouder, als een sterretje aan de hemel of gewoon in mijn gedachten.
Je zal er altijd zijn, je bent onze prachtige dochter. Dankje lieve meid, we zijn trots op je!
Je mama