Joost heeft een prachtige vlieger voor Nienke gemaakt. Binnenkort gaan we een lang weekend naar Renesse met Martijn en Christine. Dan gaat ze de lucht in! Het is een enorme vlieger geworden van 3,5 meter breed. Úren werk zitten er in. Dit was echt een project voor Joost. Tijdens het maken heeft hij heel wat tranen gelaten. Net als het fotoalbum en dit dagboek, is de vlieger een soort monumentje voor onze dochter geworden. Dat is zijn manier van verwerken. Eerder dan dat de vlieger af was, kon hij ook niet naar het werk. A.s. vrijdag gaat hij voor het eerst een ochtend werken. Het zal moeilijk zijn, vooral die eerste dag. Waarschijnlijk weten niet alle collega’s er mee om te gaan. We voelen ons alle twee sterk genoeg om mensen te ontmoeten. We hebben ons voorgenomen het gewoon aan te geven als we er niet over willen praten en er gewoon openlijk over beginnen als we juist wel zin hebben. Maar of er iets van die voornemens terechtkomt… ben benieuwd!
De ochtenden ben ik straks alleen thuis en daarna hele dagen. Ik zie daar best tegenop. Maar het zal toch moeten. Alleen wakker worden, lijkt me erg raar. ’s ochtends praten we altijd over onze dromen, maken we samen de plannen voor de dag of knuffelen we wat. Dat zal ik wel missen. Maar mijzelf kennende vind ik wel weer een invulling van de dag. Inclusief mijn zwangerschapsverlof zit ik nu al 9 weken thuis. Soms voel ik me wat ‘nutteloos’. Niet raar, als je altijd al 40 uur per week werkte. Ik heb geen baby om voor te zorgen, om samen de wereld mee te ontdekken. Daar zal ik de komende weken nog wel vaak tegen aan lopen. Ik zal proberen mijn dagen te vullen met schoonmaken, vakantiefoto’s plakken, een kastje verven, bezoekjes aan vriendinnen etc. Eerlijk gezegd hoop ik begin december al weer aan het werk te gaan. Maar we moeten eerst maar eens afwachten hoe snel mijn bekkenbodemspieren weer op kracht zijn. Ik loop hiervoor weer bij de fysio. Elke dag doe ik 2x mijn oefeningen. Het lijkt vandaag al wat beter te gaan. .. Het voelt als je lang staat of lang zit alsof je bodempje er uit valt. Niet prettig. Daarnaast heb ik ook nog steeds die blaasontsteking. Morgen krijg ik nieuwe medicijnen. Hopelijk is dat gedoe dan snel over!
3 november
Het is nu een maand geleden dat Nienke is geboren en overleden. Joost is aan het werk. Hopelijk trekt hij het een beetje, want hij heeft heel slecht geslapen. De zon schijnt. Ik heb net ontbeten. De radio staat aan. De katjes liggen er gezellig bij. Eigenlijk precies de situatie zoals de ochtenden van de laatste weken voor de bevalling. Raar, hier zag ik zo tegenop. Maar het voelt eigenlijk best goed. Het lijkt alsof ons verhaal al een beetje bij me begint te horen. Dat hele onwezenlijke lijkt er langzaam af te gaan. Dit is zo’n ‘sterk’ moment.
Ik geloof dat die vlijmscherpe pijnpuntjes die je soms op een onverwacht moment voelt in heel je lijf, die dwars door je ziel steken (ik weet niet hoe ik die pijn anders moet omschrijven), afslijten door de moeilijke stapjes die we steeds zetten. Stapjes zoals: een laatste kus, laatste foto, handafdrukjes, haarlokje inplakken, foto’s kijken, ballon loslaten, box opruimen, voor het eerst naar de winkel, het bedeltje aan mijn armband laten maken, de eerste dag zonder visite, het bellen naar collega’s, eerste keer Anke en Ruben zien, een familiefeestje, onverwacht spullen van Nienke tegenkomen, verwelkte bloemen van haar grafje halen, dagboek teruglezen, de bib in op zoek naar boeken met verhalen van ouders, het lezen van dagboeken van andere ouders etc.
Allemaal stapjes waar ik soms als een berg tegenop zag. Gelukkig valt het achteraf steeds reuze mee en geeft het een goed gevoel als het dan toch is gelukt. Soms zoek ik de confrontatie met die moeilijke momenten bewust op. Dan vind ik dat zoiets gewoon moet gebeuren. Alsof ik die pijn expres wil prikkelen, want niets mòet natuurlijk. Joost ergerde zich daar in het begin aan. Nu begrijpt hij wel waarom ik dat doe. Raar, maar soms is het best fijn om die pijn te voelen. Dat je kunt janken vanuit je tenen, dat je een verschrikkelijke oerkreet wilt laten. Dan besef je weer waarom je je rot voelt. Dat is die intense pijn die altijd op de achtergrond aanwezig is en dan ineens de kop op steekt. Ik zoek die pijn ook wel bewust op omdat ik geloof dat het ‘afslijten’ van die scherpe puntjes ervoor zorgt dat de pijn dan steeds dragelijker wordt. Dat is niet een proces dat sneller verloopt als je een hele dag met spullen van Nienke om je heen gaat zitten huilen. Zo werkt het niet. Het gaat eigenlijk gewoon als vanzelf. Je voelt zodra je weer een stapje wilt en kunt zetten. Dan heb je er gewoon zin in of je vindt dat iets gewoon moet gebeuren, op gevoel. Joost z’n vlieger mòest bijvoorbeeld af voordat ie wilde gaan werken. Het liefst hadden we haar ook nog in de lucht gezien, maar het weer liet dat niet toe. Ik zou deze ochtend aan de gordijnen gaan werken, wat ik eigenlijk voor de bevalling had willen doen. Maar ik had zin om te schrijven, dus doe ik dat gewoon. Niets moet. Nu schijnt de zon en waait het goed. Hopelijk komt Joost snel thuis!
Bij Kruispunt op TV was een item over kindjes die vroeger net voor of net na de bevalling waren overleden. Het ging dan om kindjes die niet in gewijde grond begraven mochten worden, omdat ze niet gedoopt waren. Voor gelovige ouders moet dat heel pijnlijk zijn geweest. Nu is er een monument voor deze kindjes en ouders opgericht. Mooi. Een begrafenisondernemer stelde dat een ouder aan een levend kindje dat overlijdt heel veel herinneringen heeft zoals kleertjes, speelgoed, foto’s etc. die een belangrijke rol spelen bij de verwerking. Maar als je kindje zo kort heeft geleefd, hebben de ouders geen tastbare herinneringen. Die zou je dan wel kunnen màken. Want deze ‘monumentjes’ heb je nodig. Gelukkig hebben wij dat ook gedaan. Soms op aanwijzing van anderen, maar ook op eigen gevoel. In de eerste weken was ik heel erg bezig met het zoeken van symbolen om waardig afscheid te kunnen nemen van Nienke. Dat zijn nu voor ons de tastbare herinneringen. Oh, wat ben ik blij dat we dat allemaal gedaan hebben. Mijn zus zei ook dat het zo fantastisch was om te zien hoe we dat deden. Maar ook dat we over de creativiteit en de kracht beschikten om dat zo te doen. Dat kan en wil niet iedereen. Die tastbare herinneringen en de mensen om ons heen die het zo intens hebben meegemaakt zijn een enorme steun. Dan kun je weer makkelijker voelen hoe het was en terugdenken aan de mooie momenten in plaats van aan alleen aan de pijnlijke momenten.
Zo denk ik ook vaak of ik dit dagboek aan mijn dierbaren wil laten lezen. Misschien geeft hen dat een andere, nieuwe kijk op het hele gebeuren en geeft het hen ook steun. Alsof ik hen wil helpen bij het ‘afronden’ van die pijn, die zij op hun manier voelen. Misschien doe ik dat ook wel. Het lezen van het verhaal van de ouders van Anna vond ik heel prettig. Je vindt herkenning en daardoor erkenning van al die nieuwe emoties. Maar je leest ook dingen die ik nooit zo zou doen of voelen. Dat is ook fijn om te ontdekken. Iedereen is anders, dus jij ook. En ieder vindt zijn eigen manier om met het verlies om te gaan. Laatst belde ik Anne-marie, de moeder van Maarten. Ook zij heeft haar verhaal opgeschreven. Het was een heel kort gesprekje, maar het voelde heel prettig. Ze zou haar verhaal voor me uitprinten en opsturen.
5 november
Toen we vrijdag wilden gaan vliegeren ging en bleef het regenen. Maar zaterdagmiddag scheen de zon! Nienke ging in één keer de lucht in! Prachtig gezicht was dat tegen de blauwe lucht. Net als de ballon op 6 oktober. Nu hielt Joost de lijnen stevig vast, want met windkracht 2 trok ze best aardig. Ben benieuwd hoe hard ze aan zee gaat met windkracht 5!
Het werken gaat voor Joost best aardig. Vrijdag ging het beter dan zaterdag. Halverwege de dag had hij echt het gevoel dat hij weg moest. Ik had zaterdag een rotdag. Het boek van Anna heb ik uitgelezen. Het werd me te veel. Ik wilde het huis ook een beetje schoon hebben omdat Pap en Mam kwamen eten. Ineens werd de babyfoon die ik zag staan me te veel. Raar, ik had dat ding al zo vaak zien staan, maar dan deed het me niet zo veel. Ik had haar verdomme door dat ding moeten horen huilen. Ik dacht er aan hoe vaak ik het had gebruikt. Ik kon alleen maar denken aan hoe dom het was dat ik nu het huis schoon liep te maken, terwijl ik voor ons kleintje had moeten zorgen. Het huis had een bende moeten zijn, met poepluiers en billendoekjes. Ik dacht aan de waarschuwing van mijn zus: “In je kraamtijd moet je lekker genieten. Laat de boel zo veel mogelijk de boel, ook al krijg je visite. Zorg dat je geniet van het kleintje!” Nu liep ik jankend de trap af te nemen, want ik heb verdomme geen kleintje! Heel wat tissues gingen er door heen. Ik heb met haar foto tegen mijn buik gedanst op het nummer van Marco Borsato. Zo had ik haar ook in slaap willen dansen. 4x het nummer gedraaid, heel hard. Als ik mijn ogen dichtdeed kon ik die bobbel van je voeten aan de onderkant van mijn buik weer even voelen. Zo echt kon ik dat voelen!
Met het fotoalbum heb ik mezelf kunnen troosten. Daarin zie je heel duidelijk het hele verhaal: van de laatste dagen voor de bevalling tot en met de begrafenis. Door de confrontatie met de harde werkelijkheid, namelijk dat we onze bloedeigen dochter hebben begraven, dat ze hier ècht niet meer is, dat dàt haar verhaal is, kom ik weer met beide benen op de grond. Daarna komt Joost thuis. Hoeveel rotdagen zullen er nog volgen?
Siegfried had vrijdag heerlijk gekookt. Hij was ’s middags even bij Nienke geweest. Dat doet ons zo goed om te horen! Dat mensen aan haar denken. ’s Middags zijn we ook met Jes bij haar geweest. Fijn. Er is een tweeling op het kinderveldje bij gekomen. Er lagen geen bloemen op het grafje. Onze gedachten gaan de ouders die nu een verschrikkelijke tijd meemaken. Daarna dus heerlijk gegeten en spelletje gedaan. Zaterdag met Pap en Mam gevisfondued. Door het verlies van Nienke ontstaan soms discussies over onderwerpen die anders niet zo snel ter spraken zouden komen. Het zet ons aan het denken over leven en dood, de waarde van vriendschap en familie, de elementaire dingen van het leven. Vanavond komt Martha van de volleybal met haar man Peter. Ook zij hebben een kindje verloren. Ben benieuwd naar hun verhaal.
20 november
Tanita heet hun dochter. Ook overleden net voor de geboorte. 11 jaar geleden. Zij hebben wel enkele medische oorzaken gevonden. Maar dan nog speelt de ‘waarom-vraag’ bij hen ook. Het gesprek voelde echt alsof ze de pijn die wij voelden echt begrijpen. De dag na het bezoek van Martha en Peter kregen we verschrikkelijk nieuws. Dirk belde: Anke lag in het ziekenhuis met hersenvliesontsteking. Ik wist niets te zeggen. Verschrikkelijk. Volgens mij stelde ik alleen maar stomme vragen. Ik weet niet meer. Dirk vertelde dat ze al wat grieperig was dat weekend. Mir wilde Anke bij hen op de slaapkamer hebben, omdat ze bang was dat ze in haar slaap zou overgeven. ’s Nachts werden ze wakker van haar rare geluidjes. Anke had stuipjes aan 1 kant van haar lichaam. De huisarts kwam onmiddellijk. Gelijk met ziekenwagen naar het ziekenhuis. Wat moet er wel niet door Mir en Dirk zijn heengegaan? We weten allemaal dat hersenvliesontsteking dodelijk kan zijn. De gedachte alleen al maakte me misselijk. Dat zal ons toch niet overkomen…
We zeiden tegen elkaar dat we daar helemaal niet over na hoefden te denken. Die maandagnamiddag wisten de artsen dat het niet de variant was die het snelst werkt. Ze had de bacteriële versie die te behandelen is, dus niet het virus. De dagen daarna gehoopt dat de medicijnen zouden aanslaan.
Verschrikkelijk zoals ze daar lag met allemaal slangetjes en apparaten. Die twee meiden maken het ons wel erg zwaar. Zulke onschuldige en kwetsbare wezentjes moeten dit niet mee hoeven maken. Papa zei ook al dat ze beter bovenaan in de familie kunnen beginnen, en niet bij de allerjongsten. Hierdoor bekenden Joost en ik elkaar dat we allebei een moment hadden gehad waarop we dachten dat we liever zelf dood waren, als Nienke dan kon leven. Dat hebben we alle twee zo gevoeld, maar niet naar elkaar uitgesproken. We waren er met z’n allen weer flink kapot van.
Langzaam ging het wat beter met Anke. Koorts daalde, het aantal bacteriën daalde en ze kreeg weer honger. We hebben er nu weer vertrouwen in dat het goed komt. Morgen weer naar het ziekenhuis. Het lijkt me heerlijk om haar weer te zien spelen. Heel raar. Maar als ik in die spannende dagen aan Nienke dacht, werd ik rustig. Als ik aan Anke dacht voelde ik angst en boosheid. Vooral de onzekerheid was zo verschrikkelijk. Maar Nienke heeft me er doorheen gesleept. Als ik aan haar dacht, kon ik slapen. Misschien wel door het idee dat zij dit soort ellende niet hoeft mee te maken. Zij is veilig voor pijn, ziekte en verdriet.
Omdat we niet hoeven te werken kunnen we er ook echt zijn voor Mir en Dirk. Mir blijft er heel positief onder, niet altijd, meestal wel. Gelukkig blijft die kleine meid bij ons. Wat zullen we hard van haar gaan genieten! In een emotionele bui had ik tegen Dirk gezegd, nadat we hoorden dat ze er een gehoorbeschadiging aan kon overhouden: “Ach, met een gehoorapparaatje kun je prima leven”. In de auto naar huis zat me dat enorm dwars. Natuurlijk is het voor zo’n kleintje verschrikkelijk als ze zoiets moet dragen. Met zo’n opmerking lijkt het alsof we daaraan voorbij gaan. Maar dat bedoelde ik niet zo. Mir en Dirk begrepen dat helemaal. Vooral nadat we Nienke hebben verloren. Bij de angst voor het verlies van Anke, wat we toch even gevoeld hebben, valt een gehoorapparaatje helemaal in het niets. Ik merk dat ik veel woorden op een weegschaaltje leg.
Wie had dat ooit gedacht wat wij dit allemaal mee moeten maken. De familiespreuk ‘Wat hebben we het toch goed’ zal voorlopig in ons gezin niet klinken. Hopelijk komt er een moment dat we dat echt uit ons hart wel weer kunnen zeggen. Als dit alles achter ons ligt en het een plaatsje heeft dat het verdiend. Wanneer we weer van het leven kunnen genieten. Dan mogen we dat best hardop zeggen, zonder een schuldgevoel naar Nienke of wie dan ook. We hebben het recht van het leven te genieten. Eigenlijk ook de plicht. Zo had ons meiske dat ook gedaan. Dat had ik haar willen leren. Ik had met je naar de vogels willen luisteren, aan bloemen willen ruiken en liedjes zingen. Samen op vakantie, met de tent eropuit, de wereld ontdekken. Dat had ik je willen geven. Ik weet zeker dat je met zo’n papa en mama als wij het uiterste uit het leven had weten te halen. Wij hebben ook de plicht naar jou toe om dat dus ook zelf te doen. Ooit zullen we met de kracht en de liefde die we van jou hebben gekregen weer kunnen zeggen ‘Wat hebben we het toch goed’.
Soms voelt het alsof ons verhaal al een beetje bij me hoort. Het voelt al een beetje vertrouwd. Misschien bedoelen ze dat wel met ‘het een plaatsje geven’.
Vandaag met Pap en Mam naar je grafje geweest. We hebben de herfstbladeren van je knuffels en plantjes weggeplukt en je lantaarntje aangestoken. Joost zit op zijn werk nog niet lekker in zijn vel. Echt rot voor hem. Onze werkgevers verwachten natuurlijk dat we weer terugkomen. We moeten wel. Vooral motivatie, wat je toch echt nodig hebt om goed te kunnen functioneren, ontbreekt vaak. En moe. Je wordt ontzettend moe van al die emoties. Ik slaap ongeveer 10 uur per nacht.
22 november
Gister een dagje naar Mir, Dirk en Anke geweest. Ook Pap en Mam waren er. Ze logeren en passen op. Anke is gelukkig weer bijna de oude. Ze heeft een onderzoek/scan van de zenuwbanen gehad waarvan de uitslag over een week bekend is. Het is dus nog even spannend, maar het was heerlijk om haar te knuffelen, de fles te geven etc. Dat tutten en moederen met Nienke mis ik heel vaak. Ik had er zo naar uitgekeken: met de wagen naar het dorp, in de maxi met de auto op pad, lekker badderen. Met een kind van een ander is het natuurlijk anders, maar wel heel leuk. Ik had me daar toch op ingesteld en dat is nu niet. Terwijl die instinctieve moedergevoelens er wel zijn en ik wil die kwijt. Mir en Dirk hebben ook heel wat meegemaakt. Anke zal er zelf straks niets van herinneren. Nu nog hopen dat ze er geen lichte afwijkingen aan overhoudt aan het gehoor, zicht of motoriek. Alleen de tijd zal het leren. Mir en Dirk zullen haar stapjes in haar ontwikkeling nu anders volgen. Toch met een bepaalde ongerustheid. Daar hadden we het nog over met Ilsie en Raôul. Lucas heeft toch een kleine achterstand opgelopen door zijn opstartprobleempjes. Terwijl het zo’n vrolijk ventje is! Knap hoor. Wat het echt gaat betekenen voor zijn verdere leven, weten we niet. Het blijft dus spannend.
We hebben met Ils en Raôul heel open gepraat over de geboorte van Robin, hun eerste zoontje. 20 weken oud. Overleden in de buik doordat de vliezen veel te snel waren gebroken. We hebben de foto’s mogen zien. Het was heel fijn om ons verdriet te delen. Zo’n mooi ventje, zo groot als een grote hand, met alles er op en er aan. Ils en Raôul hebben eigenlijk 3 bijzondere geboorteverhalen. Zo heeft elke ouder met elk kind een eigen verhaal.
Laatst werd ik helemaal ziek van mijn lichamelijke beperkingen. Het herstel gaat naar mijn gevoel zo langzaam. 6 weken is het gemiddelde. Het is nu 7 weken geleden en ik loop nog erg te sukkelen. De blaasontsteking is nog eens extra onderzocht, omdat ik nog steeds pijn had bij het plassen. Maar er zat toch echt geen bacterie meer. Het zou een schimmelinfectie kunnen zijn, maar de zalf smeer ik nu al vanaf vorige week woensdag. Geen verbetering. Dan heb ik ook nog de bekkenbodemspieren die erg verzwakt zijn. Volgens de fysio mag ik pas intensievere spieroefeningen doen als ik inwendig ben onderzocht door de gynaecoloog. Dat is volgende week. De dagen zijn door die lichamelijke beperkingen niet echt spannend. Ik probeer voortaan echt doelen te stellen, zodat ik ’s avonds toch enigszins een voldaan gevoel heb.
’s Middags wil ik echt gaan rusten, liefst slapen. Dan herstel ik misschien eerder.
Vandaag het werk gebeld. Ik heb 2 december afgesproken een kop thee te gaan drinken. Dat wordt weer een enorme mijlpaal! Mensen zijn benieuwd hoe het met me gaat, maar ik ben ook benieuwd hoe het met hen gaat! Ik zal mijn verhaal een paar keer moeten vertellen. Ik ben bang voor te veel medelijden. Daar word ik snel emotioneel van. Dat slaat dan om in een soort zelfmedelijden, terwijl ik zo niet met het gebeuren om wil gaan. Gewoon praten is fijn. Niet van dat ze het zo knap vinden dat ik zo sterk ben. Daardoor voel ik me in mijn hart alleen maar zwakker en heb ik het idee dat ik moet uitleggen waarom ik er aan de buitenkant zo sterk uit zie. Soms voel ik me echt sterk, maar vaak niet. Hopelijk begrijpen ze dat.
Mir vertelde dat mensen op haar werk bij haar terugkomst soms raar reageren. Dan weten ze er niet mee om te gaan. Zodra ze je zien, gaan ze terug hun kantoor in, of doen net alsof ze van niets weten. Misschien zijn ze bang het verkeerde te zeggen of hebben ze gewoon geen woorden. Best begrijpelijk. Misschien zijn ze bang voor de reactie die ze krijgen: een huilbui of een stukje van het verhaal. Ik herinner me dat toen ik 2 maanden in verwachting was van Nienke, dat Anita van de administratie haar kindje met ongeveer 5 maanden verloor. Daar kon ik toen ook helemaal niet mee omgaan. Mede omdat nieuw leven in mijn buik had. Later toen ik zelf hoogzwanger was, was Anita weer zwanger van de tweede. Hopelijk gaat het nu goed met haar. Toch vind ik het rot dat ik eerder niets wist te zeggen. Ik denk dat ik er gewoon nog eens op terugkom. Ze heeft ons een hele mooie kaart gestuurd met een tekst met zoveel herkenning. Misschien lukt het om een kaartje terug te sturen.
24 november
We missen je ontzettend. Als ik Ruben aan het lachen maak, wil ik jouw glimlach ook zien. Als Joost met lucas speelt, doet het hem ook ontzettend pijn. Niet op dàt moment, dat is prachtig, maar later als we in bed liggen, dan huilen we samen. In dit boek verzamel ik alles wat met jou, onze 9 maanden of met ons verdriet te maken heeft. Alles moet netjes bij elkaar. Het wordt een mooi ‘monumentje’ voor jou. Het kan niet dik genoeg worden.
28 november
Ik kom al een paar avonden moeilijk in slaap. Het is dan een complete chaos in mijn hoofd. Ik denk dan niet alleen aan Nienke, maar aan allerlei beelden, voornemens, woorden. Het wisselt elkaar onwillekeurig af. Ik krijg er geen grip op. Heb het niet onder controle. Mijn ontspanningsoefeningen van de yoga werken niet. Even voel ik rust, maar enkele seconden later voel ik dat mijn rug strak gespannen is en dat ik alweer over de nieuwe vloer en de plinten die daarbij moeten nadenk. Ineens is het dan 3 uur ’s nachts. Zal ik naar beneden gaan? Of zal ik zo meteen toch in slaap vallen? Zal ik bij Nienke op de kamer gaan zitten en echt proberen te voelen wat ik voel? Ik wil er dóórheen, dwars door die pijn heen. Niet er omheen blijven dwalen, er geen grip op hebben. Maar het recht in de ogen kijken, zodat ik wéét waarom ik me zo rot voel.
Laatst barstte ik ’s nachts uit in een enorme huilbij. Joost heeft me getroost door me gewoon vast te pakken en me te laten janken vanuit mijn tenen. Daarna erover gepraat en zelfs gelachen. Doordat ik het verdriet zo intens kan voelen, kan ik daarna ook vrolijk zijn en humor oppikken. Dat gaat heel goed samen. Het sluit elkaar niet uit. Als we met vrienden gezellig uiteten zijn geweest en veel lol hebben gehad, kan later in bed het verdriet de overhand hebben.
Gister naar de gynaecoloog geweest. Laatste uitslagen van de onderzoeken waren binnen. Er zijn geen medische oorzaken van Nienke’s overlijden gevonden. Doordat we dit eigenlijk al verwacht hadden, kwam dit niet zo hard aan. Ik ben niet inwendig onderzocht. We hebben het wel over mijn klachten gehad. Was allemaal heel normaal. Met mijn bekkenbodemspieren gaat het gelukkig steeds beter. Heb laatst gewandeld en gefietst zonder al te veel klachten. Pijn met plassen wordt ook steeds minder. Dat geeft moed.
Na de gynaecoloog zijn we naar de kraamafdeling gelopen. In mijn herinnering van 2 oktober was het een heel oud en sober ziekenhuis. Geen kleur, niets aan de muur. Nu bleek dat helemaal niet zo te zijn. Waarschijnlijk hebben mijn emoties van toen bepaald hoe ik de omgeving zag, had nergens oog voor. Het was er nu fris en er hingen pipo’s met felle kleuren aan de muur. Eén van de verpleegkundigen had het over ene Josefien. Die naam herkende ik. We vroegen of we haar konden spreken. Zij was inderdaad de vrouw die ons in de eerste uren hielp. Ze herinnerde zich ons verhaal. We hebben samen de foto’s bekeken. Dat voelde goed. Immers, zij heeft ons die uren van dichtbij meegemaakt en kon zich goed in ons inleven. Het is voor ons ook fijn onze waardering uit te kunnen spreken voor deze mensen en ik begreep dat zij dat ook heel prettig vond. Meestal ziet zij de ouders niet meer terug en kan ze alleen maar hopen dat het goed met ze gaat. We hebben ze uitgelegd dat dingen als foto’s maken, handafdrukjes, praten over de kleertjes en hoe mooi ze is, belangrijk voor ons is geweest. Hopende indirect ook voor andere ouders iets te betekenen.
Dat laatste blijft bij mij spelen. Ik wil in ieder geval mijn dagboek opmaken in een tekstverwerker zodat het voor mijn meest dierbaren te lezen is, als ze dat zelf willen tenminste!
Wat wij nu meemaken is zo’n ontdekkingsreis waarbij je jezelf en elkaar enorm tegenkomt. Normaal sta je hier allemaal niet zo bij stil en leer je dit in de loop der jaren. Wij hebben het in enkele weken voor onze kiezen gekregen. Daarom zal het ons nog heel lang bezighouden. We zullen dan ook nooit meer ‘de oude’ worden. Ik las laatst dat het verdriet als een soort schaduw bij je blijft. Hij kan voor je liggen of achter je. Wanneer je van positie verandert, verandert de positie van de schaduw. Soms ligt hij een hele tijd achter je en dan ineens, als je de hoek omgaat, ligt hij scherp voor je. Wanneer de zon schijnt, wanneer er hoogtepunten zijn en iedereen bij elkaar is, is het gemis het sterkst. Wanneer anderen begrip kunnen opbrengen voor het verdriet is er ruimte om weer blij te zijn. Vreugde en verdriet, kunnen dan samengaan zoals ik en mijn schaduw.
Joost is hele dagen aan het werk. Dat gaat redelijk goed. Gelukkig!
1 december
Vandaag heb ik op mijn werk een kop thee gedronken. Ik zag er toch best wel tegenop. Vooral tegen de reacties van mensen. Raar om weer door die gang te lopen. Met een brok in mijn keel en betraande ogen naar mijn eigen werkplek gelopen. Alles stond nog hetzelfde. Bureau netjes opgeruimd! Fijn. Collega's laten trots hun werk zien. Ik voel gelijk weer mijn betrokkenheid en luister naar hun verhalen. Ik vind het fijn als mensen gewoon vragen stellen. Het is namelijk vervelend als mensen zelf hardop vragen beantwoorden, dus zeggen wat je moet doen. Zij hebben toch geen kind verloren? Hoe kunnen ze dat dan weten? Maar het is allemaal goed bedoeld.
Mensen lijken het erger te vinden als een voldragen kindje overlijdt ten opzichte van een verlies vroeg in de zwangerschap. Waarschijnlijk heeft dat te maken van de overlevingskans van een mens. Hoe groter die kans, hoe oneerlijker. Tijdens het leven gaat dit net andersom: men vindt het acceptabeler als een mens op oudere leeftijd overlijdt tenopzichte van op jonge leeftijd. Raar gefilosofeer! Het komt er op neer dat je het ene verdriet niet met het andere verdriet kunt vergelijken. Het is een feit dat het overlijden van Nienke bij veel mensen wat heeft losgemaakt. Dat valt me nu pas op. Vandaag stond een vriendin van toneel voor de deur met een tekening van de begrafenis. Zo mooi om te zien dat Nienke zo ook in andere mensen voortleeft. Een andere vriend belde onverwacht aan. Hij was in de buurt. Samen een boterham gegeten. Ik merk dat hij ook nog met haar bezig is. Dat doet me goed. Elles van het werk vroeg of ik foto’s mee wilde nemen. Net als elke andere trotse moeder laat ik graag de foto’s zien. Het liefst aan iedereen! Alleen realiseer ik mij dat het misschien vervelend is om een foto van een dood baby’tje met donkere lipjes te zien. Ik vond het heerlijk dat ze er zo spontaan naar vroeg. Ik maak een selectie van de mooiste foto’s om op een rustig moment met haar te bekijken. Waarschijnlijk willen meer mensen haar dan zien.
Het was een bijzondere dag. Ik weet dat ik ooit weer aan de slag moet. Ik zou blij zijn weer onderdeel uit te kunnen maken van zo’n fijne club collega’s. Het thuiszitten ben ik behoorlijk zat, maar het werk zal nog erg zwaar voor me worden. Hoe graag ik het ook wil, ik moet het rustig aan doen. Goed blijven voelen wat ik voel, en op tijd aangeven als het te veel wordt. Vroeger had ik daar wel moeite mee, met nee-zeggen. Maar ik weet nu dat er belangrijkere dingen zijn dan presteren alleen. Hopelijk kan ik deze les in praktijk brengen. Dankje Ninos!
2 december
Met mijn bekkenbodemspieren gaat het steeds beter. Dat mag ook wel. Nienke is inmiddels 2 maanden geleden geboren. De schimmelinfectie irriteert nog steeds. Ondanks de kuur van 2 weken. Maandag maar weer naar de huisarts. Vandaag een nieuwe winterjas gekocht en een nieuw ‘huispak’. Leuk om weer wat te shoppen. Echt mooie kleren heb ik niet meer. Mijn oude kleren passen nog steeds niet. Ik weeg 82 kilo. Veel te zwaar. Ik wil 70 wegen! Kon ik maar lekker gaan zwemmen, maar die rotschimmel… balen.
In Nienke haar kamer hangt nog steeds een geur die ik met haar associeer. Joost rook dat ook. Voorlopig zetten we het raam niet open!
5 december
Huisarts heeft een stevige dosis medicijnen gegeven. Eind deze week zal het toch echt minder zijn. Raar weekend gehad. Op een eetavondje bij een ex-collega van Joost ontstond een verhitte discussie over zijn werk. Joost richtte al zijn woede op 1 persoon. Deze had hem dan ook wel erg lomp behandeld, dat wel. Hij had onze situatie vergeleken met toen zijn moeder overleed. Daarnaast nog een paar foute opmerkingen. De man weet niet waar die het over heeft. Moeilijk om je dat niet aan te trekken. Vooral als je zo iemand elke dag tegenkomt, 8 uur per dag. In de auto naar huis sloeg de woede om in agressie. Ik probeerde hem te sussen. Maar daar raakte hij alleen maar oververhitter van. Ik had zijn woede duidelijker moeten beamen en niet ‘Ja, maar probeer dit of dat…’ Gewoon laten tieren en dat zelfs stimuleren of mee-tieren. Die agressie zit gewoon in zijn lijf, dat moet er uit. Alleen ik had liever, dat hij dan een paar avonden ging sporten i.p.v. razen en tieren tegen 1 persoon die dat ‘deels’ verdient en het niet waard is om je druk over te maken. Ik voel zulke heftige woede helemaal niet. Daarom kon ik hem moeilijk helpen. Sterker nog, ik heb een hekel aan agressie. Zie het nut er niet van in. Verloren energie die je beter voor positieve gedachten kunt gebruiken. Maar bij Joost werkt dat niet zo. Ik heb eigenlijk ook nooit geleerd echt boosheid te uiten. Vroeger werd thuis zelden of niet met deuren gesmeten, niet gevloekt of getierd. Bij ons werd alles uitgepraat. Van Joost heb ik geleerd ruzie te maken. Het kan enorm opluchten. Je voelt je dan eerlijk ten opzichte van de ander en je zelf. Ruzie hoeft niet per definitie iets kapot te maken, maar er kunnen ook mooie dingen uit voortkomen. Een goed gesprek, ontlading, huilen of lachen. Uiteindelijk hoorde Joost van mij niet wat hij wilde horen en werd zó boos. Thuis, op de oprit, stapte hij uit de auto en ging een eind lopen (3.00 uur!). Ik dacht: “Laat maar afkoelen, wil zeker alleen zijn”. Terwijl hij juist hoopte dat ik achter hem aan kwam.... Daarna heel de nacht geruziëd en gepraat. Gelukkig konden we tegen elkaar aan in slaap vallen.
Zijn verdriet is anders dan mijn verdriet. Ik probeer die woede te begrijpen, maar dat valt niet mee. Ik voel me zo hulpeloos. Heb het al zo moeilijk met mezelf. Dat moet ik accepteren, dat het niet altijd loopt zoals ik wil. Ieder heeft zijn eigen verdriet. Als we in ieder geval maar samen kunnen janken en in elkaars armen kunnen liggen. Dat is al heel mooi. De rest moet je toch zelf doen. Leren omgaan met al die emoties. Komop Joost, zet h’m op!
Ik ben ongesteld! Mijn lichaam heeft het maandelijkse programmaatje weer opgestart. Prettig dat het weer werkt. Gister belde Mirjam van de volley en vroeg of we een keer samen naar Nienke konden gaan. Oh, wat doet dat goed. Ze komt elke dag langs de begraafplaats en moest daardoor steeds aan haar denken. Door hun vakantie kon ze niet bij de begrafenis zijn. Dit voelt zo fijn. Dat ze dat uit zich zelf vroeg! Waarschijnlijk omdat ze anders ook op kraamvisite was gekomen. Ze is zelf hoogzwanger, 29 december uitgerekend. Wat had ik veel gefantaseerd over hoe onze twee maxicosies op de tribune naast elkaar zouden staan…
Het doet me ook zo goed als familie of vrienden haar kaartje hebben staan. Het liefst naast andere geboortekaartjes. Dan kan ik zien dat ze nog aan haar denken. Slaat eigenlijk nergens op. Anders kun je ook aan haar denken. Maar het voelt zo fijn. Trots. Zo van: da’s mijn dochter: NIENKE.
6 december
Soms zouden we je zo graag even vasthouden. Je zachte handjes voelen. Lieve woordjes tegen je zeggen. We missen je. Elke avond als we thuis zijn steken we de blauwe kaarsjes bij je foto aan. Deze staat in de woonkamer bij de knuffel waarvan jij de kleine versie bij je hebt. Als we naar bed gaan babbelen we vaak even met je, wensen je welterusten en vaak raak ik de oorbel die ik op het lijstje heb geplakt even aan. Jij hebt de andere oorbel op je linker borst als een broche bij je. Zo kan ik je toch even aanraken. En voelen hoe het die laatste avond dat je bij ons was. Als ik daaraan denk, word ik helemaal warm van binnen. Soms denk ik er met een glimlach aan terug, soms met tranen. We houden zo veel van je.
Binnenkort is het kerstmis. Dan had je samen met Anke onder de kerstboom moeten liggen. Symbolisch. Ik fantaseerde daar samen met mijn zus over toen je nog in mijn buik zat. Ik weet nog niet hoe, maar ik wil dat je dan toch even in ons midden bent. In onze gedachte ben je er natuurlijk bij, maar ik wil iets van een mooi gedicht voorlezen. Zelf schrijven lukt niet, dichten is erg moeilijk. Mooi dichten tenminste. Ik verzin er wel wat op, maar ik beloof je iets moois!
Toch is het me gelukt iets mooist op papier te zetten, voor jou. Oh wat fijn, dat het gelukt is! Daar ben ik blij om, met tranen tegelijk.
Kerstmis
Lieve Nienke,
3 maanden was je nu geweest
Nee, 9 maanden en 3 maanden
De 9 mooiste van mijn leven, de 3 verdrietigste tot nu toe
Je had bij ons moeten zijn, op dit familiefeest
Onder de kerstboom naast je neven Lucas, Ruben en Anke je grote nicht
Als geschenken
Zo mooi, zo teder, zo kwetsbaar
Alle ogen op jullie gericht
Dat je hier niet bent doet zo’n pijn
Toch begint ons verhaal bij me te horen
Het voelt goed, soms zelfs gelukkig
Heel raar, heel fijn
Zoveel van je geleerd, in zo’n korte tijd
Over onszelf, houden van, over leven en dood
Dat is jouw geschenk aan ons. Bedankt lieve meid!
Zo ben je toch een beetje bij ons, en raak je nooit in de vergetelheid.
Je mama
7 december
Vandaag naar een houten vloer gekeken en de kerstboom versierd. De ballen in de ‘Nienke-paars’ (lila-paars). Voor jou heeft Joost een krans gemaakt met dezelfde kleuren voor op je grafje. Ik had dit jaar bedacht voor het eerst een kerstboom te zetten. Dat ‘hoort’ bij een gezinnetje. Ook al ben je er niet bij, we hebben er iets gezelligs van gemaakt!
11 december
Gisteren is Levien geweest. De 2e kraamhulp. Ik had haar foto’s beloofd van de 5 dagen dat Nienke thuis was. We hebben heerlijk gebabbeld over die dagen. Immers, zo’n kraamhulp maakt toch echt een paar dagen deel uit van je gezin. Het contact is even heel intens. Ook bij een levend kindje. Daarna zie je zo iemand vaak niet meer, terwijl je intense emoties samen hebt meegemaakt. We konden die destijds goed met haar delen en nu ook weer. Dat zo’n warme vrouw dan op je pad komt, is mooi. Een echte IJsselsteinse! Joost slaapt slecht. De nacht van zondag op maandag hebben we samen veel gehuild. Daardoor was zijn hoofd toen wat leger, waardoor hij toch een paar uurtjes heeft geslapen. Tot werken kon hij zich niet zetten. Soms gaat dat gewoon niet. Ik heb hem ziek gemeld. Echt veel onbegrip van zijn werkgever, maar dat wist ik al voor dat ik ging bellen. Ik kon zo’n reactie verwachten. Daar staan we niet meer van te kijken. Hij kan zich absoluut niet voorstellen wat wij meemaken. Doet er niet eens zijn best voor. Geeft geen ruimte en maakt misplaatste grappen. Dat maakt het voor Joost niet makkelijker op het werk. En als je je dan een dag minder sterk voelt, kun je de motivatie voor werk totaal verliezen. Daarnaast zijn er veel andere spanningen tussen medewerkers en directie met betrekking tot een overname. In zijn functie zou hij zich daar druk over moeten maken, maar dat lukt niet echt. Praten zou de beste remedie zijn, maar met deze man valt niet te praten. Binnenkort verkopen ze de zaak. Tot die tijd maar uit zien te zingen. Een nieuwe baas kan een nieuw begin betekenen. Allemaal rot. Weinig positiefs voor Joost.
Als hij maar wat beter kon slapen, dan kan hij de draad weer oppakken. Yoga werkt niet. Vanavond maar een stuk gaan wandelen voor het slapengaan. Mijn schimmel is nog steeds niet over… shit. Woensdag weer naar de dokter. Wat lopen we toch te sukkelen.
Laatst had ik 3 dagen niet gehuild. Dat voelde heel raar. Soms wilde ik huilen, maar dan lukte het niet. Schuldgevoel heb ik niet echt. Nienke zou zeker willen dat we positief verder gingen. Ik was gewend te kunnen huilen als ik die pijn of het verdriet voelde. Maar nu is het alsof ik dan weer uit balans bent. Ik heb nu soms pijn, maar de tranen komen niet. Daar moet je dan voor je zelf weer mee overweg kunnen. Constant ben ik op zoek naar mijn balans. Daardoor raak ik dan toch weer de weg kwijt en is het weer een puinhoop in mijn hoofd. Ik zie geen logica meer, ik voel alles door elkaar. Verstand en emoties begrijpen elkaar niet en emoties nemen de overhand. Door te praten lijkt het dat het verstandelijke weer terugkomt en vind je wel weer balans, waardoor je die dag of die nacht weer verder kunt. Soms lijkt het dat het goed met me gaat. Mijn verstand heeft dan de overhand en dat houdt eigenlijk mijn emoties in bedwang. Zou dat wel goed zijn? Soms hoor ik mezelf zulke verstandelijke dingen zeggen. Dan denk ik ‘waar blijft mijn gevoel’. Dan ben ik eigenlijk dus niet in balans. Dat voelt rot. Dan is huilen lekker, dat lucht op.
Maar van praten kan ik ook wel een genoeg hebben. Dingen zijn soms al zo vaak gezegd. Ineens kan ik me daar aan storen. Een andere keer kan er niet genoeg over gepraat worden. Raar. Als er dan genoeg gepraat is, is het weer heerlijk om het echt te voelen, om door die pijn heen te gaan. Dat lukt alleen als ik alleen ben of met Joost. Het kan ook heerlijk zijn om met gewone dagelijkse dingen bezig te zijn en niet te praten.
Laatst een hele dag op Anke gepast. Met de kinderwagen boodschappen gedaan. Lekker ‘gemoederd’. Naar de eendjes gekeken, zoals ik dat ook met Nienke had willen doen. Lekker in bad, aankleden, spelen. Op dat moment was het echt heerlijk. Zelfs toen ik met een lege auto naar huis reed, voelde het goed. Waarschijnlijk omdat het zo dichtbij is. Als ik een onbekend meisje zie spelen, kan ik wel boos en verdrietig worden. Of ik denk “Zo’n stomme jas zou ik Nienke niet aan doen!” of “Zou Nienke ook zulke staartjes hebben gewild?”
Soms heb ik het idee dat ik alles al geschreven heb wat ik wil schrijven. Wanneer loopt mijn verhaal af? Ik denk nooit. Ik zal de rest van mijn leven Nienke voelen. Ik blijf waarschijnlijk van haar leren. Naarmate ik ouder word, steeds weer anders. Dan zou ik dus kunnen blijven schrijven. Het heeft me vooral in de weken na de geboorte van Nienke veel steun gegeven, ik wilde alles vastleggen. Daarna als ik me onzeker voelde, om orde in de chaos te scheppen. Woorden zoeken voor iets wat je voelt, schept duidelijkheid. Gelukkig heb ik steeds minder zo’n chaosgevoel en kan ik er beter mee overweg. Ik weet van mezelf dat ik nu de kracht heb om uit zo’n dip te komen. Dat ik dat kan overleven, hoe verschrikkelijk het ook voelt. Van de mensen om je heen krijg je de steun die je nodig hebt, als je er zelf maar voor open staat. De liefde voor Nienke en Joost geven me de kracht om weer gelukkig te durven zijn. Klinkt zwaar, maar het vloeit zo uit mijn pen. En dat laat ik steeds maar lekker gebeuren. Ben benieuwd hoe het werk me bevalt. Misschien wil ik dan wel weer van me afschrijven. We zien wel.
18 december
Laatste dag van mijn zwangerschapsverlof. Morgen ga ik een halve dag werken. Best wel zin in. Alleen met Joost gaat het minder. Slaapproblemen. Te weinig slaap om alles op het werk aan te kunnen. Je moet behoorlijk sterk in je schoenen staan als filiaalleider en als collega van bepaalde botte types. Het kost veel energie om je niets van pijnlijke opmerkingen aan te trekken. Als je dan ook maar 5 uur (mét medicatie) slaapt per nacht, trek je dat niet. Je ‘buffertje’ is weg. Het slapen zal pas echt beter gaan als Joost die botterik even niet hoeft te zien. Is 1 week dan genoeg? Alleen het idee al dat je zo iemand over een tijdje weer onder ogen moet komen, maakt mij al onrustig. Kun je nagaan wat Joost wel niet moet voelen. Omdat Joost het niet trok, heb ik het werk gebeld om hem ziek te melden. De man reageerde zich om mij af: “Dan moeten anderen wéér werken. We zijn al zo sociaal geweest”. Ja, dat is verdomme ook zo, maar we kunnen het niet mooier maken dan dat het is, omdat dat de zaak beter uit zou komen! Voortaan communiceer ik alleen via de arbo-arts. Hopelijk valt daar beter mee te praten. Hij zei: “Ik word er nu onderhand wel pissig van…”. Moet je eens weten wat wij voelen. We willen wel functioneren, maar het lukt niet! Verdomme. Je zou overspannen raken van zo’n vent. Dat ie dat niet snapt! Dat ie daarmee zijn medewerker alleen maar van zich duwt… Dan ben je echt niet slim. Ik begrijp dat Joost heel boos is op deze man. Dat ben ik ook. Die woede moet er op de een of andere manier uit. Schrijven is lekker. Wat je op je hart hebt, gooi je eruit. Niemand die je onderbreekt om te zeggen hoe het moet. Want de één zou dit… de ander dat… Allemaal goed bedoeld, de mening van anderen kan je helpen, maar we moeten er zèlf mee overweg kunnen. Dat is echt wat anders dan een theorie bedenken. Moeilijk. Als ik aan het werk ben, is Joost lekker alleen thuis. Zal hem goed doen. Hopelijk vindt ie een manier om zijn woede kwijt te raken. Tóch weer een gesprek aangaan met die man ofwachten tot de zaak verkocht is en hij weg is? De man verbeteren werkt niet. Ik zou gaan schrijven… papier reageert niet, heeft geen eigen mening, is geduldig. Maar hij moet zijn eigen methode vinden. Ik vind dit echt rot. Met mij gaat het nu best goed. Dat gun ik hem ook. Misschien krijg ik ook nog wel zo’n terugslag. Ik wil zo graag helpen. We hebben elkaar altijd kunnen troosten. Maar nu voel ik me zo machteloos. We praten nog wel veel, maar ik kan hem niet echt bereiken. Ik ben blij dat ik die vent toch gesproken heb. Nu voel ik die boosheid ook. Eerlijk gezegd dacht ik eerst “Ach, dat zal toch wel meevallen… Zet je er maar overheen. Die man is het niet waard”. Nee, dat werkt niet zo. Dat kan wel als je zo iemand niet elke dag 8 uur hoeft te zien en als je redelijke nachtrust hebt. Joost is op kleine huishoudelijke dingen al sneller geïrriteerd. Op het werk kan dat niet. Waarom snapt die hufter dat niet!!!! Moet je nou echt alles uitleggen, terwijl je zelf ook niet precies weet hoe het zit, hoe lang zoiets duurt. Terwijl je zo’n verdriet hebt.
19 december
Het werk viel mee. Ik ben gewoon 100% ziekgemeld en mag komen werken wanneer en hoelang ik dat wil. Zelf aangeven. Best moeilijk om rustig aan te doen. Heb er zo’n zin in! Aan de andere kant heb ik ook mijn rust nog nodig. Dat merkte ik vandaag toen we het geboortekaartje van Mirjam van de volley ontvingen. 10 dagen te vroeg geboren: NOOR, een meisje! Even had ik het gevoel van shit, zij wel, ik niet. Maar ben ook blij tegelijk. ’s Middags naar Nienke geweest. Gister was er een nieuw grafje gegraven. Veel te snel. Wat gaat er nu door die ouders heen? Onze herinneringen kwamen terug. We hoopten dat de ouders met het gevoel voor zichzelf overweg konden. Aan de prachtige bloemen die er vandaag lagen was te zien hoeveel ze van hun kindje houden en dat het warme mensen moeten zijn. Een meisje: Davide. Heeft 2 zusjes. Samen zijn jullie de 2 meiden in de rij tussen de jongens. Stom, maar ik ben blij dat je buurmeisje ook een identiteit heeft gekregen van haar ouders. Fijn voor jou. Een naamloos graf naast je is zo somber. Jij ziet er niets van, maar wij weten wie er naast je ligt. Hopelijk kunnen de papa en de mama van Davide de kracht vinden in deze dagen om samen door hun verdriet heen te gaan. Ik denk aan ze. Zal ik een briefje op het grafje leggen? Als iemand dat bij ons zou doen, zou ik het best prettig vinden. Misschien doe ik het wel…of niet...
Als ik bij je ben fantaseer ik soms hoe je met alle kindjes van het veldje stiekem hele gangenstelsels onder de grond maakt, dat jullie samen spelen. Leg je dan aan Davide uit hoe alles daar werkt?
24 december
Eergisteren en gisteren rotdagen gehad. Komt dat door de kerstsferen? Met Joost naar de huisarts geweest. Een week slikt ie nu slaapmedicijnen, maar hij slaapt nog niet veel. Hij begint deze dagen pas een beetje los te komen van de boosheid van het werk. Misschien moet je eerst wel 100x zeggen wat een klootzak het is, voordat je het los kan laten. Soms lijkt het alsof we al onze woede op deze ene man richten. Dan vloeken we wat af! Eigenlijk moeten we deze energie ergens anders voor gebruiken. Of is het juist goed alles op 1 persoon af te reageren met wie we geen bijzondere relatie hebben? Stel je voor dat een goede vriend of een familielid de boeman werd. De huisarts adviseerde met een psycholoog te praten. Misschien weet hij andere manieren om die boosheid kwijt te raken. Volgens de huisarts vertoont Joost enkele symptomen van een depressie. Daar schrok ik van. Het klinkt zo ernstig. Maar het kan ook een stukje rouwverwerking zijn. Hoe je het wilt noemen, maakt eigenlijk niets uit. Als het ooit maar over gaat.
25 december
Joost is lekker vrolijk. Gelukkig. Ik voel me ook beter. Ik heb zondagavond erg gehuild. Door de medicijnen viel Joost als een blok in slaap. terwijl ik die intense pijn weer voelde. Hij sliep door. Daar kan hij niets aan doen, maar het voelde rot.
Kerstavond. Ik heb je gedicht niet voorgelezen. Iedereen had een cadeautje voor je of een mooi gedicht. Iedereen dacht aan je. De schatten. Je hebt een kandelaartje, een bloem en sterretjes gehad. Ik ken ons gedicht aan jou bijna uit mijn hoofd, zo vaak heb ik het gelezen en bijgeschaafd. Ik hou van je. Toen opa Jan je neefje Ruben vasthield, had ik het erg zwaar. Wat ben jij een bofkont dat je in zo’n warme familie terecht bent gekomen! Ik had het je zo gegund. Lucas stapt al aardig rond. Prachtig ventje. Hij moest alles even vasthouden…
Woensdag wordt de computer geleverd. Dan ga ik beginnen met het intikken van dit dagboek. Eigenlijk is het boek zoals het is veel mooier: handmade. Elke cm2 is benut. Door de tekst weer eens goed onder de loep te nemen, kan ik nog eens voelen hoe het was. Hier en daar wat bijschaven of aanvullen. Totdat wat er staat, naar mijn gevoel klopt en volledig is. Ik wil er een mooi boekje van maken met de gedichten er bij.
27 december
Tweede Kerstdag zouden we in ‘de stal’ van Pap en Mam vieren. Maar omdat Anke weer oorpijn had, zijn we met het kerstdiner in de auto naar Hoofddorp gereden. Anke hield zich flink, het zal best pijn doen. Een echte Van-Esch! Eerst het Witte-Olifanten-Spel gespeeld en heerlijk gegeten. Achteraf had ik toch spijt dat ik het gedicht op kerstavond niet heb voorgelezen. Ik vond toen waarschijnlijk geen goed moment of ik kon het gewoon niet. Dat kan ook. Daarom heb ik me er gisteren echt toe gezet. Met mijn eigen ouders, zus en Dirk om me heen voelde ik me misschien ietsje sterker. Was niet makkelijk. Na een paar diepe zuchten is het dan toch gelukt. Dat voelde goed. Het was dit jaar een bijzondere kerst, die ik nooit zal vergeten.
De computer is nog steeds niet geleverd. Verdorie! Met Joost gaat het iets beter. Is wat vrolijker en hangt soms al weer de oude bekende clown uit. Vanochtend stond ie eerder op dan ik! Heel uniek.
Vandaag niet gewerkt. Morgen een halve dag proberen. Ik heb net weer een heel stuk van dit dagboek teruggelezen. Dat doe ik regelmatig. Soms om lekker te kunnen huilen, soms om te voelen hoe het ook al weer was. De woorden voelen zo eigen. Logisch, ik heb het zelf geschreven! Vooral het stuk over balans in je zelf zoeken, spreekt mij erg aan. De dagen na de bevalling schreef ik heel verstandelijk, met weinig doorhalingen en verbeteringen. Ik lijk heel zeker van mezelf, terwijl ik haast verdronk in mijn verdriet. Op papier lees je die emoties niet zoals ze toen waren. Door met je verstand woorden te zoeken voor wat je voelt, blijven je emoties in evenwicht. Zoiets is het. Ik ben niet echt een filosoof, maar toch houden dit soort dingen me nu meer bezig dan voorheen. Dankje lieve Ninos. Wie had ooit gedacht, dat ik mezelf zo veel beter kon leren kennen.
29 december
Van de week had ik 2 echte rotdagen. Niet lekker in je vel zitten. Dat Joost de computer heel leuk zou vinden, had ik al gedacht. Dat hij er tot diep in nacht achter kon zitten, voorzag ik ook. Maar toch lag ik me in mijn bed op te vreten. Ik werd zo boos, dat ik kookte van binnen. Joost zijn gedrag was dan wel de aanleiding, maar er kwam natuurlijk veel meer uit. Zó boos dat ik was! 2 dagen niet gewerkt. Weinig geslapen. Daarna konden we elkaar wel vertellen wat we voelden. We groeien heel erg naar elkaar. Vooral nu Joost hele dagen thuis is. Je raakt zo gewend aan elkaars aanwezigheid. Samen kneuteren achter de computer, samen eten, boodschappen doen. Heel truttig, heel fijn. Ik ben al begonnen met het intikken van dit dagboek. Heel mooi om die eerste 9 maanden opnieuw te beleven. Zo vol verwachting als ik was, zo keihard is het verhaal van en na 2 oktober. Laatst zei ik tegen Joost dat we al een tijdje niet over Nienke hadden gepraat. Toen we echt gingen nadenken, bleek het maar 1½ dag te zijn! Eigenlijk denk ik constant aan haar. Kleine aanleidingen zijn genoeg. Dan denk ik aan hoe het had moeten zijn. Als ik voor het eerst een winkel binnenloop waar ik met mijn dikke buik was geweest. Bij een nummer op de radio die eigenlijk over een romantische liefde gaat, vertaal ik de tekst naar haar. Er is een nieuwe babyspullenwinkel geopend, shit net te laat, denk ik dan. Bij elke boterham met filet-americain. Een ander zal denken: dat gaat allemaal wel erg ver. Maar ik heb mijn gedachten niet onder controle, het gaat vanzelf. Het wordt wel minder. Het is vaak bij alles wat ik voor de eerste keer doe sinds toen. Eerst had ik ook bij een wijntje dat ik moest denken aan al de wijn die ik voor haar heb laten staan. Maar ook dat ik de rest van mijn leven geen druppel meer zou drinken als ik haar daar mee terug zou krijgen… Slaat nergens op. Toch denk ik ‘t. Uiteindelijk laat ik mijn glaasje er niet voor staan…